BWBR0019131
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 33
Regeling GLB-inkomenssteun 2006
1. In aanmerking komende kosten zijn de meerkosten van investeringen in:
a. de bouw of inrichting van integraal duurzame en diervriendelijke stallen en houderijsystemen,
b. de verbetering van bestaande stallen en houderijsystemen tot integraal duurzame en diervriendelijke stallen en houderijsystemen, of
c. de kosten voor de montage en installatie van het noodzakelijke materieel voor de werking van integraal duurzame en diervriendelijke stallen of houderijsystemen.
2. De investeringen, bedoeld in het eerste lid, betreffen ten minste:
a. een aparte vrijloopruimte in de melkveestal voor afkalvende en zieke dieren of ligplekken in de melkveestal die zijn voorzien van een andere ondergrond dan beton, voor zover de stal of het houderijsysteem is bestemd voor runderen die worden gehouden ter productie van melk;
b. voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor vleesrunderen;
c. groepshuisvesting zonder individuele ligboxen voor dragende zeugen met voerstations, trog- of vloervoedering, voor zover de stal of het houderijsysteem is bestemd voor varkens;
d. ligplekken die zijn voorzien van rubbermateriaal, voor zover de stal of het houderijsysteem bestemd is voor vleeskalveren;
e. een overdekte of niet-overdekte uitloop en voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor pluimvee, en
f. groepshuisvesting met schuilmogelijkheden, plastic roosters en voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor konijnen.
3. Een investering komt alleen voor steun op grond van deze paragraaf in aanmerking indien deze noodzakelijk is voor de realisatie van een integraal duurzame stal of houderijsysteem.
4. Gangbare, reguliere of vervangingsinvesteringen en investeringen die gericht zijn op het voldoen aan bestaande wettelijke eisen, komen niet voor steun in aanmerking op grond van deze paragraaf.
5. Een investering die al uit hoofde van andere openbare middelen is gesubsidieerd of gefinancierd komt niet voor steun in aanmerking.
6. Artikel 1:20, vijfde lid, van de Regeling LNV-subsidiesis van overeenkomstige toepassing bij de verstrekking van steun op grond van artikel 29, eerste lid.
7. BTW is niet subsidiabel.
a. de bouw of inrichting van integraal duurzame en diervriendelijke stallen en houderijsystemen,
b. de verbetering van bestaande stallen en houderijsystemen tot integraal duurzame en diervriendelijke stallen en houderijsystemen, of
c. de kosten voor de montage en installatie van het noodzakelijke materieel voor de werking van integraal duurzame en diervriendelijke stallen of houderijsystemen.
2. De investeringen, bedoeld in het eerste lid, betreffen ten minste:
a. een aparte vrijloopruimte in de melkveestal voor afkalvende en zieke dieren of ligplekken in de melkveestal die zijn voorzien van een andere ondergrond dan beton, voor zover de stal of het houderijsysteem is bestemd voor runderen die worden gehouden ter productie van melk;
b. voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor vleesrunderen;
c. groepshuisvesting zonder individuele ligboxen voor dragende zeugen met voerstations, trog- of vloervoedering, voor zover de stal of het houderijsysteem is bestemd voor varkens;
d. ligplekken die zijn voorzien van rubbermateriaal, voor zover de stal of het houderijsysteem bestemd is voor vleeskalveren;
e. een overdekte of niet-overdekte uitloop en voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor pluimvee, en
f. groepshuisvesting met schuilmogelijkheden, plastic roosters en voorzieningen die daglicht toelaten in de stal of het houderijsysteem, voor zover deze respectievelijk dit is bestemd voor konijnen.
3. Een investering komt alleen voor steun op grond van deze paragraaf in aanmerking indien deze noodzakelijk is voor de realisatie van een integraal duurzame stal of houderijsysteem.
4. Gangbare, reguliere of vervangingsinvesteringen en investeringen die gericht zijn op het voldoen aan bestaande wettelijke eisen, komen niet voor steun in aanmerking op grond van deze paragraaf.
5. Een investering die al uit hoofde van andere openbare middelen is gesubsidieerd of gefinancierd komt niet voor steun in aanmerking.
6. Artikel 1:20, vijfde lid, van de Regeling LNV-subsidiesis van overeenkomstige toepassing bij de verstrekking van steun op grond van artikel 29, eerste lid.
7. BTW is niet subsidiabel.