BWBR0019131
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 21
Regeling GLB-inkomenssteun 2006
1. In afwijking van artikel 20komen in aanmerking voor betalingen op basis van toeslagrechten, landbouwers die, zonder opgave van subsidiabele hectaren:
a. beschikken over bijzondere toeslagrechten waarop artikel 44 van verordening 73/2009 van toepassing is;
b. minimaal 50% van de tijdens de referentieperiode uitgeoefende landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, handhaven; en
c. uiterlijk op 15 mei een verzoek doen, overeenkomstig artikel 14, derde lid, van verordening 1120/2009, tot toepassing van de speciale voorwaarden.
2. Ten bewijze van het voldoen aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voorzover het schapen betreft, doet de landbouwer uiterlijk op 15 mei opgave op basis van zijn bedrijfsregister van het betrokken aantal dieren uitgedrukt in GVE.
3. Aan het minimumpercentage bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geacht te zijn voldaan indien het gemiddelde aantal GVE 50%, doch gedurende een periode van 6 maanden, in geen geval minder dan 25% is.
4. Als bijzondere toeslagrechten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden overgedragen kan de verkrijger slechts in aanmerking komen voor het bepaalde in het eerste lid, indien:
a. de bijzondere toeslagrechten in 2009, 2010 of 2011 worden overgedragen, en
b. alle bijzondere toeslagrechten van de vervreemder worden overgedragen.
5. In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt de te handhaven landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, voor landbouwers die toeslagrechten krijgen toegewezen op basis van artikel 16, berekend volgens de formule, opgenomen in bijlage 5.
a. beschikken over bijzondere toeslagrechten waarop artikel 44 van verordening 73/2009 van toepassing is;
b. minimaal 50% van de tijdens de referentieperiode uitgeoefende landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, handhaven; en
c. uiterlijk op 15 mei een verzoek doen, overeenkomstig artikel 14, derde lid, van verordening 1120/2009, tot toepassing van de speciale voorwaarden.
2. Ten bewijze van het voldoen aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voorzover het schapen betreft, doet de landbouwer uiterlijk op 15 mei opgave op basis van zijn bedrijfsregister van het betrokken aantal dieren uitgedrukt in GVE.
3. Aan het minimumpercentage bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geacht te zijn voldaan indien het gemiddelde aantal GVE 50%, doch gedurende een periode van 6 maanden, in geen geval minder dan 25% is.
4. Als bijzondere toeslagrechten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden overgedragen kan de verkrijger slechts in aanmerking komen voor het bepaalde in het eerste lid, indien:
a. de bijzondere toeslagrechten in 2009, 2010 of 2011 worden overgedragen, en
b. alle bijzondere toeslagrechten van de vervreemder worden overgedragen.
5. In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt de te handhaven landbouwactiviteit, uitgedrukt in GVE, voor landbouwers die toeslagrechten krijgen toegewezen op basis van artikel 16, berekend volgens de formule, opgenomen in bijlage 5.