BWBR0019131
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 38f
Regeling GLB-inkomenssteun 2006
1. De minister verstrekt specifieke steun aan landbouwers in de vorm van een vaarvergoeding van € 500 per hectare per jaar voor vaarpercelen.
2. Indien voor het desbetreffende perceel reeds subsidie voor het uitrijden van ruige mest uit hoofde van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies, de <a href="/wet/BWBR0011000" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer</a>of de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies wordt toegekend, wordt de steun, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met het bedrag dat per hectare voor het desbetreffende perceel wordt ontvangen aan subsidie voor het uitrijden van ruige mest.
3. De vaarvergoeding wordt evenredig verlaagd voor alle voor vaarvergoeding in aanmerking te nemen aanvragen indien het totaal van de voor steun in aanmerking te nemen aanvragen het bedrag van € 1.100.000 per kalenderjaar overstijgt.
2. Indien voor het desbetreffende perceel reeds subsidie voor het uitrijden van ruige mest uit hoofde van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies, de <a href="/wet/BWBR0011000" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer</a>of de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies wordt toegekend, wordt de steun, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met het bedrag dat per hectare voor het desbetreffende perceel wordt ontvangen aan subsidie voor het uitrijden van ruige mest.
3. De vaarvergoeding wordt evenredig verlaagd voor alle voor vaarvergoeding in aanmerking te nemen aanvragen indien het totaal van de voor steun in aanmerking te nemen aanvragen het bedrag van € 1.100.000 per kalenderjaar overstijgt.