BWBR0019131
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 38b
Regeling GLB-inkomenssteun 2006
1. Op aanvraag van de landbouwer stelt de minister de steun vast.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat in ieder geval vergezeld van de documenten waaruit blijkt dat de apparatuur, installaties of machines zijn geleverd en geïnstalleerd en wat daarvoor de gemaakte kosten zijn.
3. Bij de steunvaststelling moet ten genoegen van de minister gebleken zijn dat de landbouwer heeft voldaan aan alle voorwaarden die bij de steunverlening zijn gesteld.
4. Indien bij de verstrekking van de documenten, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de landbouwer andere apparatuur of een andere installatie of machine heeft gekocht en geïnstalleerd, dan komt deze koop en installatie, met inachtneming van de voorschriften van deze paragraaf, in plaats van de aangevraagde steun voor steun in aanmerking, met dien verstande dat de minister niet meer steun aan de landbouwer betaalt dan hem is verleend in de beschikking tot steunverlening, bedoeld in artikel 38a, vierde lid.
5. De minister stelt de steun ambtshalve vast indien er geen aanvraag is ingediend na afloop van de in artikel 55d, tweede lid, onderdeel b, gestelde termijn.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat in ieder geval vergezeld van de documenten waaruit blijkt dat de apparatuur, installaties of machines zijn geleverd en geïnstalleerd en wat daarvoor de gemaakte kosten zijn.
3. Bij de steunvaststelling moet ten genoegen van de minister gebleken zijn dat de landbouwer heeft voldaan aan alle voorwaarden die bij de steunverlening zijn gesteld.
4. Indien bij de verstrekking van de documenten, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de landbouwer andere apparatuur of een andere installatie of machine heeft gekocht en geïnstalleerd, dan komt deze koop en installatie, met inachtneming van de voorschriften van deze paragraaf, in plaats van de aangevraagde steun voor steun in aanmerking, met dien verstande dat de minister niet meer steun aan de landbouwer betaalt dan hem is verleend in de beschikking tot steunverlening, bedoeld in artikel 38a, vierde lid.
5. De minister stelt de steun ambtshalve vast indien er geen aanvraag is ingediend na afloop van de in artikel 55d, tweede lid, onderdeel b, gestelde termijn.