BWBR0018979
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 2.1.3
Levensloopregeling rijkspersoneel
Ten behoeve van een levenslooptegoed kan de ambtenaar de volgende bronnen inzetten:
a. salaris;
b. vakantie-uitkering;
c. eindejaarsuitkering;
d. vergoeding voor meer gewerkte uren die op grond van artikel 3, tweede lid, van de IKAP-regeling rijkspersoneel is toegekend;
e. de vergoeding voor vakantie-uren die op grond van artikel 23b, derde lid, van het ARAR is toegekend;
f. de vergoeding voor vakantie-uren die op grond van artikel 129a, tweede lid, van het ARAR is toegekend.
a. salaris;
b. vakantie-uitkering;
c. eindejaarsuitkering;
d. vergoeding voor meer gewerkte uren die op grond van artikel 3, tweede lid, van de IKAP-regeling rijkspersoneel is toegekend;
e. de vergoeding voor vakantie-uren die op grond van artikel 23b, derde lid, van het ARAR is toegekend;
f. de vergoeding voor vakantie-uren die op grond van artikel 129a, tweede lid, van het ARAR is toegekend.