BWBR0018590
Geldig vanaf 2005-08-05
Artikel 9
Meetregeling luchtkwaliteit 2005
Monsterneming bij de in artikel 7bedoelde meetpunten op plaatsen die sterk door het verkeer worden beïnvloed, gebeurt, voor zover mogelijk, op zodanige wijze dat:
a. de inlaatbuizen voor stikstofdioxide en koolmonoxide zijn gesitueerd binnen vijf meter van de wegrand;
b. de inlaatbuizen voor zwevende deeltjes (PM10), lood en benzeen zijn gesitueerd op een plaats die representatief is voor de luchtkwaliteit in de nabijheid van de rooilijn.
a. de inlaatbuizen voor stikstofdioxide en koolmonoxide zijn gesitueerd binnen vijf meter van de wegrand;
b. de inlaatbuizen voor zwevende deeltjes (PM10), lood en benzeen zijn gesitueerd op een plaats die representatief is voor de luchtkwaliteit in de nabijheid van de rooilijn.