BWBR0018590
Geldig vanaf 2005-08-05
Artikel 7
Meetregeling luchtkwaliteit 2005
1. Meetpunten voor de meting van concentraties zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM 10), lood, koolmonoxide en benzeen ter beoordeling van de luchtkwaliteit voor stoffen waarvoor de grenswaarden, plandrempels en alarmdrempels, bedoeld in de artikelen 12, 14 tot en met 18en 20 tot en met 24 van het besluitgelden, worden geplaatst op een zodanig punt, dat door middel van metingen op dat punt gegevens worden verkregen over concentraties van de betreffende luchtverontreinigende stof:
a. in gebieden binnen zones en agglomeraties waar de hoogste concentraties voorkomen waaraan de bevolking direct of indirect, gedurende een periode die ten opzichte van de middelingstijd van de betreffende grenswaarde significant is, aan die concentraties kan worden blootgesteld;
b. in andere gebieden binnen zones en agglomeraties dan bedoeld onder a, die representatief zijn voor de blootstelling van de bevolking als geheel;
c. op plaatsen die sterk door het verkeer worden beïnvloed, waarbij aannemelijk is dat die gegevens representatief zijn voor de luchtkwaliteit in een gebied van ten minste 200 m2; de afstand van het meetpunt tot grote kruispunten bedraagt ten minste 25 meter en de afstand tot het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan bedraagt ten minste 4 meter;
d. op plaatsen die beïnvloed worden door een stedelijke achtergrondconcentratie, waarbij aannemelijk is dat die gegevens representatief zijn voor een gebied van verscheidene vierkante kilometers;
2. De in het eerste lid bedoelde meetpunten zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke plaatsen buiten hun onmiddellijke omgeving.
a. in gebieden binnen zones en agglomeraties waar de hoogste concentraties voorkomen waaraan de bevolking direct of indirect, gedurende een periode die ten opzichte van de middelingstijd van de betreffende grenswaarde significant is, aan die concentraties kan worden blootgesteld;
b. in andere gebieden binnen zones en agglomeraties dan bedoeld onder a, die representatief zijn voor de blootstelling van de bevolking als geheel;
c. op plaatsen die sterk door het verkeer worden beïnvloed, waarbij aannemelijk is dat die gegevens representatief zijn voor de luchtkwaliteit in een gebied van ten minste 200 m2; de afstand van het meetpunt tot grote kruispunten bedraagt ten minste 25 meter en de afstand tot het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan bedraagt ten minste 4 meter;
d. op plaatsen die beïnvloed worden door een stedelijke achtergrondconcentratie, waarbij aannemelijk is dat die gegevens representatief zijn voor een gebied van verscheidene vierkante kilometers;
2. De in het eerste lid bedoelde meetpunten zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke plaatsen buiten hun onmiddellijke omgeving.