BWBR0018590
Geldig vanaf 2005-08-05
Artikel 5
Meetregeling luchtkwaliteit 2005
1. De zone noord bevat ten minste:
a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;
b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide, waarvan er één tevens als meetpunt voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
c. zeven vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetpunt voor lood;
e. één vast meetpunt voor koolmonoxide;
f. één vast meetpunt voor benzeen.
2. De zone midden bevat ten minste:
a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;
b. acht vaste meetpunten voor stikstofdioxide;
c. acht vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetpunt voor lood;
e. één vast meetpunt voor koolmonoxide;
f. vier vaste meetpunten voor benzeen.
3. De zone zuid bevat ten minste:
a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;
b. drie vaste meetpunten voor stikstofdioxide;
c. zeven vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetpunt voor lood;
e. drie vaste meetpunten voor koolmonoxide;
f. drie vaste meetpunten voor benzeen.
a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;
b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide, waarvan er één tevens als meetpunt voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
c. zeven vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetpunt voor lood;
e. één vast meetpunt voor koolmonoxide;
f. één vast meetpunt voor benzeen.
2. De zone midden bevat ten minste:
a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;
b. acht vaste meetpunten voor stikstofdioxide;
c. acht vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetpunt voor lood;
e. één vast meetpunt voor koolmonoxide;
f. vier vaste meetpunten voor benzeen.
3. De zone zuid bevat ten minste:
a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;
b. drie vaste meetpunten voor stikstofdioxide;
c. zeven vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. één vast meetpunt voor lood;
e. drie vaste meetpunten voor koolmonoxide;
f. drie vaste meetpunten voor benzeen.