BWBR0018590
Geldig vanaf 2005-08-05
Artikel 12
Meetregeling luchtkwaliteit 2005
1. Per meetpunt voor de meting van zwevende deeltjes (PM 10) worden vierentwintig-uurgemiddelde concentraties bepaald.
2. Indien per etmaal minder dan dertien uur bemonsterd is, wordt geen vierentwintig-uurgemiddelde concentratie bepaald, tenzij op grond van de over dat etmaal beschikbare meetwaarden overschrijding van de in artikel 20, onder b, van het besluitgenoemde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties kan worden aangetoond.
3. Het aantal gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar bedraagt ten minste 90 procent.
4. Indien minder dan 90 procent gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn wordt op grond van de beschikbare vierentwintig-uurgemiddelde concentraties nagegaan of de in artikel 20 van het besluitgenoemde waarden zijn overschreden.
5. Vierentwintig-uurgemiddelde concentraties waarvan moet worden aangenomen dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 25, zesde lid, van het besluitworden niet gebruikt.
6. Voor de toepassing van artikel 5, eerste lid, van het besluit, wordt ten aanzien van zeezout gebruik gemaakt van de procedure zoals beschreven in de bij deze regeling behorende bijlage.
2. Indien per etmaal minder dan dertien uur bemonsterd is, wordt geen vierentwintig-uurgemiddelde concentratie bepaald, tenzij op grond van de over dat etmaal beschikbare meetwaarden overschrijding van de in artikel 20, onder b, van het besluitgenoemde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties kan worden aangetoond.
3. Het aantal gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar bedraagt ten minste 90 procent.
4. Indien minder dan 90 procent gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn wordt op grond van de beschikbare vierentwintig-uurgemiddelde concentraties nagegaan of de in artikel 20 van het besluitgenoemde waarden zijn overschreden.
5. Vierentwintig-uurgemiddelde concentraties waarvan moet worden aangenomen dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 25, zesde lid, van het besluitworden niet gebruikt.
6. Voor de toepassing van artikel 5, eerste lid, van het besluit, wordt ten aanzien van zeezout gebruik gemaakt van de procedure zoals beschreven in de bij deze regeling behorende bijlage.