BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 98b
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. De houder van kippen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier laat die dieren overeenkomstig artikel 98ebemonsteren:
a. in de eerste 3 levensdagen;
b. op een leeftijd van 4 weken, en
c. 2 weken voor de overgang naar de legfase of verplaatsing naar een bedrijf waar ze als vermeerderingsdier worden gehouden.
2. De houder laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, onderzoeken op de aanwezigheid van:
a. Salmonella enteritidis;
b. Salmonella typhimurium;
c. Salmonella hadar;
d. Salmonella infantis, en
e. Salmonella virchow.
3. Onverminderd het tweede lid laat de houder de monsters, bedoeld in het eerste lid, van kippen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier voor de productie van vleeskuikens onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella java.
a. in de eerste 3 levensdagen;
b. op een leeftijd van 4 weken, en
c. 2 weken voor de overgang naar de legfase of verplaatsing naar een bedrijf waar ze als vermeerderingsdier worden gehouden.
2. De houder laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, onderzoeken op de aanwezigheid van:
a. Salmonella enteritidis;
b. Salmonella typhimurium;
c. Salmonella hadar;
d. Salmonella infantis, en
e. Salmonella virchow.
3. Onverminderd het tweede lid laat de houder de monsters, bedoeld in het eerste lid, van kippen die worden opgefokt tot vermeerderingsdier voor de productie van vleeskuikens onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella java.