BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 98f
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. De houder, bedoeld in deze paragraaf, laat de monsters onderzoeken in een laboratorium als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019575/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria</a>.
2. De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen verzonden aan het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren, als naam, adres, en UBN, dan wel een door de minister toegekend registratienummer als bedoeld in artikel 3 van de Regeling identificatie en registratie van dieren;
b. gegevens ter identificatie van degene die het monster heeft genomen en ter identificatie van de dieren die zijn bemonsterd;
b. gegevens omtrent de monsters;
c. de dagtekening;
d. de naam en handtekening van de inzender van de monsters.
2. De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen verzonden aan het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. gegevens ter identificatie van de houder van de dieren, als naam, adres, en UBN, dan wel een door de minister toegekend registratienummer als bedoeld in artikel 3 van de Regeling identificatie en registratie van dieren;
b. gegevens ter identificatie van degene die het monster heeft genomen en ter identificatie van de dieren die zijn bemonsterd;
b. gegevens omtrent de monsters;
c. de dagtekening;
d. de naam en handtekening van de inzender van de monsters.