BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 98g
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. De exploitant van een levensmiddelenbedrijf, bedoeld in:
a. de bijlage, punt 2.1, onder a, bij verordening (EU) nr. 200/2012, laat de bemonstering, bedoeld in punt 2 van die bijlage uitvoeren door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair;
b. artikel 98d, tweede lid, laat de bemonstering, bedoeld in dat artikellid, uitvoeren door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair.
2. De exploitant van een levensmiddelenbedrijf als bedoeld in het eerste lid, onder a., laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, onder a., onderzoeken op de aanwezigheid van:
a. Salmonella enteritidis;
b. Salmonella typhimurium;
c. Salmonella hadar;
d. Salmonella infantis;
e. Salmonella virchow, en
f. Salmonella java.
a. de bijlage, punt 2.1, onder a, bij verordening (EU) nr. 200/2012, laat de bemonstering, bedoeld in punt 2 van die bijlage uitvoeren door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair;
b. artikel 98d, tweede lid, laat de bemonstering, bedoeld in dat artikellid, uitvoeren door een dierenarts of een dierenartsassistent paraveterinair.
2. De exploitant van een levensmiddelenbedrijf als bedoeld in het eerste lid, onder a., laat de monsters, bedoeld in het eerste lid, onder a., onderzoeken op de aanwezigheid van:
a. Salmonella enteritidis;
b. Salmonella typhimurium;
c. Salmonella hadar;
d. Salmonella infantis;
e. Salmonella virchow, en
f. Salmonella java.