BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 94o
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Van een koppel van de dieren, bedoeld in artikel 94a, eerste lid, dat binnen 28 dagen na het uitkomen wordt verplaatst, zijn de dieren ten minste zeven dagen voor verplaatsing gevaccineerd door middel van een spray of aërosol.
2. Van een koppel van de dieren, bedoeld in artikel 94a, eerste lid, dat wordt verplaatst in de periode van 28 tot 70 dagen na het uitkomen:
a. kan worden aangetoond dat de dieren overeenkomstig artikel 94e, eerste lid zijn onderzocht en dat de waarde, bedoeld in bijlage 16, onderdeel 1, onder a of onderdeel 2, onder a, is behaald, en
b. zijn de dieren in de periode van 42 tot 7 dagen voor verplaatsing gevaccineerd door middel van een spray of aërosol.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op dieren die binnen 8 dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die overeenkomstig deze paragraaf gevaccineerd zijn.
2. Van een koppel van de dieren, bedoeld in artikel 94a, eerste lid, dat wordt verplaatst in de periode van 28 tot 70 dagen na het uitkomen:
a. kan worden aangetoond dat de dieren overeenkomstig artikel 94e, eerste lid zijn onderzocht en dat de waarde, bedoeld in bijlage 16, onderdeel 1, onder a of onderdeel 2, onder a, is behaald, en
b. zijn de dieren in de periode van 42 tot 7 dagen voor verplaatsing gevaccineerd door middel van een spray of aërosol.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op dieren die binnen 8 dagen na het uitkomen worden verplaatst, indien kan worden aangetoond dat de dieren afkomstig zijn van ouderdieren die overeenkomstig deze paragraaf gevaccineerd zijn.