BWBR0017710
Geldig vanaf 2007-04-10
Artikel 8
Regeling keuring spoorvoertuigen
1. Spoorvoertuigen hebben een zodanige mechanische constructie, dat bij een frontale botsing:
a. de spoorvoertuigen niet over elkaar heen schuiven;
b. de technische vertraging beperkt is;
c. de compartimenten voor reizigers en de cabines optimaal beschermd zijn en
d. de botsenergie geabsorbeerd wordt.
2. De eisen die gesteld worden aan spoorvoertuigen in het kader van de botsveiligheid zijn gespecificeerd in bijlage 4.
3. Voor bijzondere spoorvoertuigen die niet worden afgestoten geldt een minimaal te verdragen bakbelasting van:
a. 1200 kN bij symmetrische bufferbelasting;
b. 400 kN bij diagonale bufferbelasting;
c. 1000 kN trekbelasting.
a. de spoorvoertuigen niet over elkaar heen schuiven;
b. de technische vertraging beperkt is;
c. de compartimenten voor reizigers en de cabines optimaal beschermd zijn en
d. de botsenergie geabsorbeerd wordt.
2. De eisen die gesteld worden aan spoorvoertuigen in het kader van de botsveiligheid zijn gespecificeerd in bijlage 4.
3. Voor bijzondere spoorvoertuigen die niet worden afgestoten geldt een minimaal te verdragen bakbelasting van:
a. 1200 kN bij symmetrische bufferbelasting;
b. 400 kN bij diagonale bufferbelasting;
c. 1000 kN trekbelasting.