BWBR0017710
Geldig vanaf 2007-04-10
Artikel 14
Regeling keuring spoorvoertuigen
1. Voor het verkrijgen van een inzetcertificaat als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Spoorwegwet, voldoen spoorvoertuigen aan de eisen uit deze paragraaf.
2. In het inzetcertificaat wordt vermeld onder welke voorwaarden een spoorvoertuig op welke categorie baanvakken dan wel specifieke baanvakken kan worden ingezet.
3. Ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag voor afgifte of wijziging van een inzetcertificaat, kunnen bij de spoorwegonderneming aanvullende gegevens worden aangevraagd.
4. Als voorschrift bij het inzetcertificaat bedoeld in artikel 36, zesde lid, van de wetkan worden opgenomen dat het gebruik van een wervelstroomreminrichting niet is toegestaan, behalve indien deze wordt gebruikt om te parkeren.
2. In het inzetcertificaat wordt vermeld onder welke voorwaarden een spoorvoertuig op welke categorie baanvakken dan wel specifieke baanvakken kan worden ingezet.
3. Ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag voor afgifte of wijziging van een inzetcertificaat, kunnen bij de spoorwegonderneming aanvullende gegevens worden aangevraagd.
4. Als voorschrift bij het inzetcertificaat bedoeld in artikel 36, zesde lid, van de wetkan worden opgenomen dat het gebruik van een wervelstroomreminrichting niet is toegestaan, behalve indien deze wordt gebruikt om te parkeren.