BWBR0017710
Geldig vanaf 2007-04-10
Artikel 24
Regeling keuring spoorvoertuigen
1. Stroomafnemers geïnstalleerd op spoorvoertuigen en geschikt voor 25 kV, voldoen aan de volgende eisen:
a. het dynamisch gedrag van stroomafnemers bevindt zich in een bandbreedte tussen tenminste 4800 mm en ten hoogste 5800 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;
b. de stuit van de stroomafnemer is beperkt tot 5860 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;
c. de breedte van de schuit bedraagt ten minste 1600 mm en ten hoogste 1950 mm;
d. het profiel van de schuit voldoet aan norm EN 50367;
e. het sleepstuk is vervaardigd van koolstof of gemetalliseerde koolstof als bedoeld in EN 50367;
f. de lengte van het sleepstuk bedraagt ten minste 800 mm;
g. de hoogte van de opdruk van de rijdraad bedraagt ten hoogste 120 mm;
h. de dynamische opdrukkracht bedraagt: 1°. ten minste 40 N;
2°. ten hoogste 200 N bij een snelheid van 160 km/u;
3°. ten hoogste 320 N bij een snelheid van 300 km/u;
4°. ten hoogste 350 N bij een overgang naar starre ophanging;
1°. ten minste 40 N;
2°. ten hoogste 200 N bij een snelheid van 160 km/u;
3°. ten hoogste 320 N bij een snelheid van 300 km/u;
4°. ten hoogste 350 N bij een overgang naar starre ophanging;
i. de scheefstand van de schuit van de stroomafnemer bedraagt ten hoogste 10 mm;
j. de stroomafnemer en alle elektrisch verbonden delen voldoen met betrekking tot de isolatieafstanden aan NEN-EN 50124-1 tabel A3 en met betrekking tot de kruipwegafstanden aan NEN-EN 50124-1 tabel A7 waarbij het elektrisch werkgebied van de stroomafnemer tussen 4700 mm en 5750 mm bedraagt, gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;
k. de stroomafnemer kan vanuit de cabine automatisch en handmatig bediend worden;
l. de stroomafnemer is bij het neerzetten binnen 3 seconden 15 cm vanaf de rijdraad verwijderd;
m. de stroomafnemer is bij het opkomen binnen 10 seconden tot maximale hoogte opgeveerd;
n. de stroom door de stroomafnemer is nihil indien de stroomafnemer los komt van de rijdraad;
o. de systeemreactietijd is geminimaliseerd tot maximaal 2 seconden;
p. de afstand tussen de sleepstukken bedraagt maximaal 650 mm;
q. de afstand tussen opstaande stroomafnemers voldoet aan NEN-EN 50-367.
2. Indien de stroomafnemer defect raakt:
a. daalt de stroomafnemer automatisch neer tot dakligging voor spoorvoertuigen die geschikt zijn voor een hogere snelheid dan 160 km/u en
b. is deze binnen 1 seconde gedaald tot 20 cm onder de rijdraad.
3. Indien een trein is voorzien van meerdere stroomafnemers zijn deze niet elektrisch doorverbonden.
a. het dynamisch gedrag van stroomafnemers bevindt zich in een bandbreedte tussen tenminste 4800 mm en ten hoogste 5800 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;
b. de stuit van de stroomafnemer is beperkt tot 5860 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;
c. de breedte van de schuit bedraagt ten minste 1600 mm en ten hoogste 1950 mm;
d. het profiel van de schuit voldoet aan norm EN 50367;
e. het sleepstuk is vervaardigd van koolstof of gemetalliseerde koolstof als bedoeld in EN 50367;
f. de lengte van het sleepstuk bedraagt ten minste 800 mm;
g. de hoogte van de opdruk van de rijdraad bedraagt ten hoogste 120 mm;
h. de dynamische opdrukkracht bedraagt: 1°. ten minste 40 N;
2°. ten hoogste 200 N bij een snelheid van 160 km/u;
3°. ten hoogste 320 N bij een snelheid van 300 km/u;
4°. ten hoogste 350 N bij een overgang naar starre ophanging;
1°. ten minste 40 N;
2°. ten hoogste 200 N bij een snelheid van 160 km/u;
3°. ten hoogste 320 N bij een snelheid van 300 km/u;
4°. ten hoogste 350 N bij een overgang naar starre ophanging;
i. de scheefstand van de schuit van de stroomafnemer bedraagt ten hoogste 10 mm;
j. de stroomafnemer en alle elektrisch verbonden delen voldoen met betrekking tot de isolatieafstanden aan NEN-EN 50124-1 tabel A3 en met betrekking tot de kruipwegafstanden aan NEN-EN 50124-1 tabel A7 waarbij het elektrisch werkgebied van de stroomafnemer tussen 4700 mm en 5750 mm bedraagt, gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;
k. de stroomafnemer kan vanuit de cabine automatisch en handmatig bediend worden;
l. de stroomafnemer is bij het neerzetten binnen 3 seconden 15 cm vanaf de rijdraad verwijderd;
m. de stroomafnemer is bij het opkomen binnen 10 seconden tot maximale hoogte opgeveerd;
n. de stroom door de stroomafnemer is nihil indien de stroomafnemer los komt van de rijdraad;
o. de systeemreactietijd is geminimaliseerd tot maximaal 2 seconden;
p. de afstand tussen de sleepstukken bedraagt maximaal 650 mm;
q. de afstand tussen opstaande stroomafnemers voldoet aan NEN-EN 50-367.
2. Indien de stroomafnemer defect raakt:
a. daalt de stroomafnemer automatisch neer tot dakligging voor spoorvoertuigen die geschikt zijn voor een hogere snelheid dan 160 km/u en
b. is deze binnen 1 seconde gedaald tot 20 cm onder de rijdraad.
3. Indien een trein is voorzien van meerdere stroomafnemers zijn deze niet elektrisch doorverbonden.