BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 94
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Een premie wordt de landbouwer slechts verleend:
a. tot het voor het bedrijf van de landbouwer ingevolge artikel 131, eerste lid, van verordening 1782/2003 geldende maximum veebezettingsgetal;
b. voor de aan te houden stieren of ossen die vanaf het moment van ontvangst door DR van de eerste premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen in het oor zijn voorzien van een oormerk,
c. indien de landbouwer een bedrijfsregister bijhoudt;
d. indien de landbouwer voldoet aan de bij of krachtens de Regeling handel levende dieren en levende producten vastgestelde regelen ter zake van het paspoort, en
e. indien de landbouwer voldoet aan de bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren vastgestelde regelen ter zake van het merken.
2. Een premie wordt de landbouwer slechts verleend voor de stieren of ossen waarvoor hij op zijn verzoek uiterlijk op de dag van ontvangst door DR van de premieaanvraag stieren of de premieaanvraag ossen, doch niet langer dan twee weken daaraan voorafgaand, van een bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dierenaangewezen dienst een document heeft verkregen waarin de stieren of ossen waarvoor premie wordt aangevraagd met hun registratienummers zijn vermeld.
3. Het in het tweede lid bedoelde document dient de landbouwer bij zijn premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen te voegen en vormt onderdeel van de premieaanvraag.
4. De landbouwer bewaart een door DR aan hem verstrekt afschrift van het in het tweede lid bedoelde document vanaf het begin van de aanhoudperiode bij zijn boekhouding, genoemd in artikel 108.
5. Ten behoeve van de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde termijn is bepalend de datum van afgifte zoals vermeld op het document, als bedoeld in het tweede lid.
6. De landbouwer voegt bij zijn premieaanvraag ossen een verklaring van een dierenarts of een krachtens de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990geregistreerde castreur dat de dieren waarvoor premie wordt aangevraagd, zijn gecastreerd.
a. tot het voor het bedrijf van de landbouwer ingevolge artikel 131, eerste lid, van verordening 1782/2003 geldende maximum veebezettingsgetal;
b. voor de aan te houden stieren of ossen die vanaf het moment van ontvangst door DR van de eerste premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen in het oor zijn voorzien van een oormerk,
c. indien de landbouwer een bedrijfsregister bijhoudt;
d. indien de landbouwer voldoet aan de bij of krachtens de Regeling handel levende dieren en levende producten vastgestelde regelen ter zake van het paspoort, en
e. indien de landbouwer voldoet aan de bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren vastgestelde regelen ter zake van het merken.
2. Een premie wordt de landbouwer slechts verleend voor de stieren of ossen waarvoor hij op zijn verzoek uiterlijk op de dag van ontvangst door DR van de premieaanvraag stieren of de premieaanvraag ossen, doch niet langer dan twee weken daaraan voorafgaand, van een bij of krachtens het Besluit identificatie en registratie van dierenaangewezen dienst een document heeft verkregen waarin de stieren of ossen waarvoor premie wordt aangevraagd met hun registratienummers zijn vermeld.
3. Het in het tweede lid bedoelde document dient de landbouwer bij zijn premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen te voegen en vormt onderdeel van de premieaanvraag.
4. De landbouwer bewaart een door DR aan hem verstrekt afschrift van het in het tweede lid bedoelde document vanaf het begin van de aanhoudperiode bij zijn boekhouding, genoemd in artikel 108.
5. Ten behoeve van de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde termijn is bepalend de datum van afgifte zoals vermeld op het document, als bedoeld in het tweede lid.
6. De landbouwer voegt bij zijn premieaanvraag ossen een verklaring van een dierenarts of een krachtens de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990geregistreerde castreur dat de dieren waarvoor premie wordt aangevraagd, zijn gecastreerd.