BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 87
Regeling GLB-inkomenssteun
Voor een premie komen slechts landbouwers die zoogkoeien aanhouden in aanmerking die:
a. het runderbestand waarop de aanvraag betrekking heeft op het bedrijf dat zij beheren uitsluitend gebruiken voor het opfokken van kalveren voor de vleesproduktie en gedurende twaalf maanden, te rekenen vanaf de dag van ontvangst door DR van de aanvraag, geen melk en geen zuivelprodukten leveren, behoudens de rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument dan wel
b. het runderbestand op het bedrijf dat zij beheren zowel gebruiken voor het opfokken van kalveren voor de vleesproduktie als voor het leveren van melk of zuivelprodukten, en
c. gedurende tenminste zes maanden, te rekenen vanaf de dag volgend op die van ontvangst door DR van de aanvraag, op het bedrijf een aantal zoogkoeien houden dat tenminste gelijk is aan 60% en een aantal vaarzen houden dat ten hoogste gelijk is aan 40% van het aantal dieren waarvoor de premie is aangevraagd.
a. het runderbestand waarop de aanvraag betrekking heeft op het bedrijf dat zij beheren uitsluitend gebruiken voor het opfokken van kalveren voor de vleesproduktie en gedurende twaalf maanden, te rekenen vanaf de dag van ontvangst door DR van de aanvraag, geen melk en geen zuivelprodukten leveren, behoudens de rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument dan wel
b. het runderbestand op het bedrijf dat zij beheren zowel gebruiken voor het opfokken van kalveren voor de vleesproduktie als voor het leveren van melk of zuivelprodukten, en
c. gedurende tenminste zes maanden, te rekenen vanaf de dag volgend op die van ontvangst door DR van de aanvraag, op het bedrijf een aantal zoogkoeien houden dat tenminste gelijk is aan 60% en een aantal vaarzen houden dat ten hoogste gelijk is aan 40% van het aantal dieren waarvoor de premie is aangevraagd.