BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 26
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Een landbouwer die noten produceert komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van de areaalbetaling voor noten als bedoeld in artikel 2, indien de boomgaard bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening 1973/2004:
a. een oppervlakte heeft van ten minste 0,3 hectare;
b. voldoet aan het minimum aantal bomen genoemd in artikel 15, derde lid, van verordening 1973/2004.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef, mag het aantal andere bomen in een boomgaard niet meer zijn dan 10% van het minimum aantal notenbomen per hectare genoemd in artikel 15, derde lid, van verordening 1973/2004, behoudens ingeval het kastanjebomen betreft.
3. Het subsidiebedrag op grond van de areaalbetaling voor noten bedraagt € 241,50 per hectare.
a. een oppervlakte heeft van ten minste 0,3 hectare;
b. voldoet aan het minimum aantal bomen genoemd in artikel 15, derde lid, van verordening 1973/2004.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef, mag het aantal andere bomen in een boomgaard niet meer zijn dan 10% van het minimum aantal notenbomen per hectare genoemd in artikel 15, derde lid, van verordening 1973/2004, behoudens ingeval het kastanjebomen betreft.
3. Het subsidiebedrag op grond van de areaalbetaling voor noten bedraagt € 241,50 per hectare.