BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 27
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Een landbouwer die energiegewassen teelt komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van de areaalbetaling voor energiegewassen als bedoeld in artikel 2, indien:
a. het perceel een oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft;
b. de landbouwer niet meer dan één leveringscontract per landbouwgrondstof sluit;
c. met ingang van 2006, per soort landbouwgrondstof ten minste 3 ha landbouwgrond is ingezaaid.
2. Indien een hoeveelheid landbouwgrondstof die door de landbouwer aan de verwerker is geleverd niet overeenkomt met de overeenkomstig artikel 30 van verordening 1973/2004vastgestelde representatieve opbrengst, wordt hij geacht niet aan zijn verplichtingen ten aanzien van de voor energiedoeleinden gebruikte percelen te hebben voldaan voor een oppervlakte die wordt berekend door de beteelde oppervlakte die hij overeenkomstig de subsidievoorwaarden heeft gebruikt voor de productie van de landbouwgrondstof, te vermenigvuldigen met het verhoudingsgetal dat aangeeft welk deel van die landbouwgrondstof ontbreekt.
3. In het geval de landbouwer eenjarige gewassen heeft ingezaaid, doet hij uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar van aanvraag de aangifte bedoeld in artikel 31, lid 1, van verordening 1973/2004. In het geval de landbouwer tweejarige gewassen heeft ingezaaid en de gewassen oogst in het tweede teeltjaar, doet hij uiterlijk op 1 maart van het tweede kalenderjaar na het jaar van aanvraag de aangifte bedoeld in artikel 31, lid 1, van verordening 1973/2004.
4. Uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van de door de aanvrager geleverde grondstof doet de eerste verwerker van energiegewassen de kennisgeving, bedoeld in artikel 34, derde lid, van verordening 1973/2004.
a. het perceel een oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft;
b. de landbouwer niet meer dan één leveringscontract per landbouwgrondstof sluit;
c. met ingang van 2006, per soort landbouwgrondstof ten minste 3 ha landbouwgrond is ingezaaid.
2. Indien een hoeveelheid landbouwgrondstof die door de landbouwer aan de verwerker is geleverd niet overeenkomt met de overeenkomstig artikel 30 van verordening 1973/2004vastgestelde representatieve opbrengst, wordt hij geacht niet aan zijn verplichtingen ten aanzien van de voor energiedoeleinden gebruikte percelen te hebben voldaan voor een oppervlakte die wordt berekend door de beteelde oppervlakte die hij overeenkomstig de subsidievoorwaarden heeft gebruikt voor de productie van de landbouwgrondstof, te vermenigvuldigen met het verhoudingsgetal dat aangeeft welk deel van die landbouwgrondstof ontbreekt.
3. In het geval de landbouwer eenjarige gewassen heeft ingezaaid, doet hij uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar van aanvraag de aangifte bedoeld in artikel 31, lid 1, van verordening 1973/2004. In het geval de landbouwer tweejarige gewassen heeft ingezaaid en de gewassen oogst in het tweede teeltjaar, doet hij uiterlijk op 1 maart van het tweede kalenderjaar na het jaar van aanvraag de aangifte bedoeld in artikel 31, lid 1, van verordening 1973/2004.
4. Uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van de door de aanvrager geleverde grondstof doet de eerste verwerker van energiegewassen de kennisgeving, bedoeld in artikel 34, derde lid, van verordening 1973/2004.