1. Het college hanteert bij de tweede voorlopige herberekening van het deelbudget variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2005 als uitgangspunten:
a. de volgende normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per risicoklasse 2005:
[tabel]
b. de volgende normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per farmaceutische kostengroep 2005:
[tabel]
c. de volgende normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per diagnosekostengroep 2005:
[tabel]
d. de volgende normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per verzekeringsgrondklasse 2005:
e. de volgende normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2005:
[tabel]
f. de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp 2005, door het college bepaald overeenkomstig
artikel 11 en
12 van de ministeriële regeling.
2. De normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde 2005 worden per overeenkomstige risicoklasse vermenigvuldigd met het werkelijke aantal verzekerden 2005 per risicoklasse per ziekenfonds. De uitkomsten worden per ziekenfonds gesommeerd.
3. De normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per farmaceutische kostengroep 2005 worden per overeenkomstige farmaceutische kostengroep vermenigvuldigd met het werkelijke aantal verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per ziekenfonds. De uitkomsten worden per ziekenfonds gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het tweede lid.
4. De normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per diagnosekostengroep 2005 worden per overeenkomstige diagnosekostengroep vermenigvuldigd met het werkelijke aantal verzekerden 2005 per diagnosekostengroep per ziekenfonds. De uitkomsten worden per ziekenfonds gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het derde lid.
5. De normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per verzekeringsgrondklasse 2005 worden per overeenkomstige verzekeringsgrondklasse vermenigvuldigd met het werkelijke aantal verzekerden 2005 per verzekeringsgrondklasse per ziekenfonds. De uitkomsten worden per ziekenfonds gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vierde lid.
6. De normbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp per verzekerde per regioklasse 2005 worden per overeenkomstige regioklasse vermenigvuldigd met het werkelijke aantal verzekerden 2005 per regioklasse per ziekenfonds. De uitkomsten worden per ziekenfonds gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat van het vijfde lid.
7. Vervolgens verhoogt het college het resultaat van het zesde lid als volgt:
a. De resultaten van het zesde lid worden gesommeerd over alle ziekenfondsen.
b. Per ziekenfonds worden de werkelijke kosten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor DBC's die in 2005 zijn geopend maar die pas in 2006 worden gesloten, bepaald, gedeeld door twee en gesommeerd over de ziekenfondsen.
c. Het resultaat onder b wordt gedeeld door het resultaat onder a.
d. De resultaten van het zesde lid worden voor alle ziekenfondsen procentueel verhoogd met het resultaat onder c.
8. Het college verlaagt het resultaat van het zevende lid onder d met het aftrekbedrag voor onrechtmatige inschrijving voor het budget variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van overige verstrekkingen.
9. Na toepassing van het achtste lid vindt een hoge kostenverevening plaats overeenkomstig
artikel 15 van de ministeriële regeling.
10. Vervolgens past het college op de volgende wijze een verevening toe:
a. Per ziekenfonds wordt het verschil bepaald tussen de werkelijke kosten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp als resultaat van het eerste lid en het resultaat van het negende lid. Vervolgens komt 30 procent van dit verschil in aanmerking voor verevening.
b. Door optelling van de onder a verkregen bedragen ontstaat het totale bedrag voor de verevening. Dit totale bedrag wordt gedeeld door het werkelijke aantal verzekerden voor 2005 voor alle ziekenfondsen, waaruit een gemiddeld bedrag per verzekerde resulteert. Per ziekenfonds wordt deze uitkomst vermenigvuldigd met het werkelijke aantal verzekerden 2005 van het ziekenfonds.
c. Vervolgens worden het deelbudget, verkregen na de toepassing van de hoge kostenverevening in het negende lid, en het verschil tussen de uitkomsten, verkregen onder a en b, opgeteld.
11. Daarna calculeert het college per ziekenfonds 35 procent na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, verkregen in het eerste lid, onder f, en het resultaat van het tiende lid, onder c.
12. Tot slot voert het college, in geval integrale financiering middels DBC's in 2005 een aanvang heeft genomen, een DBC-nacalculatie op de volgende wijze uit:
a. Het procentuele resultaat van het ziekenfonds wordt berekend door het verschil te bepalen tussen de uitkomst van het elfde lid en de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en de kosten van specialistische hulp, verkregen in het eerste lid, onder f, en dit verschil vervolgens te delen door de uitkomst van het elfde lid.
b. Het procentuele resultaat over alle ziekenfondsen wordt berekend door het verschil te bepalen van de som van de uitkomsten van het elfde lid over alle ziekenfondsen en de over alle ziekenfondsen gesommeerde kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp en dit verschil ten slotte te delen door de som van de uitkomsten van het elfde lid over alle ziekenfondsen.
c. De correctie met het historische procentuele resultaat wordt als volgt berekend: 1) Per ziekenfonds worden de deelbudgetten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor de jaren 2002, 2003 en 2004 gesommeerd. Daarvan worden per ziekenfonds afgetrokken de som van de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor de jaren 2002, 2003 en 2004. Tot slot wordt per ziekenfonds dit verschil uitgedrukt in een percentage van de som van de historische deelbudgetten zoals vermeld in de eerste volzin.
2) De berekening zoals aangeduid onder 1 wordt ook uitgevoerd voor het totaal van alle ziekenfondsen.
3) Het resultaat onder 1 wordt verminderd met het resultaat onder 2.
4) De helft van het resultaat onder 3 wordt opgeteld bij het resultaat onder b.
1) Per ziekenfonds worden de deelbudgetten variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor de jaren 2002, 2003 en 2004 gesommeerd. Daarvan worden per ziekenfonds afgetrokken de som van de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp voor de jaren 2002, 2003 en 2004. Tot slot wordt per ziekenfonds dit verschil uitgedrukt in een percentage van de som van de historische deelbudgetten zoals vermeld in de eerste volzin.
2) De berekening zoals aangeduid onder 1 wordt ook uitgevoerd voor het totaal van alle ziekenfondsen.
3) Het resultaat onder 1 wordt verminderd met het resultaat onder 2.
4) De helft van het resultaat onder 3 wordt opgeteld bij het resultaat onder b.
d. Indien er voor een ziekenfonds een groter verschil bestaat dan 1,5 procentpunt tussen het resultaat onder a en het resultaat onder c, worden de meer- dan wel minderkosten voor 90 procent nagecalculeerd.
13. Het resultaat van het twaalfde lid wordt aangeduid als het voor de tweede maal voorlopig herberekende deelbudget variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.