BWBR0017355
Geldig vanaf 2004-10-29
Artikel 12
Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005
1. Ter bepaling van de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp merkt het College zorgverzekeringen 87,5% van de kostencomponent van onderhandelbare DBC-tarieven, onafhankelijk van het soort instelling dat deze DBC levert, aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
2. Ter bepaling van de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp merkt het College zorgverzekeringen 87,5% van de kostencomponent van landelijke DBC-tarieven B-segment, onafhankelijk van het soort instelling dat deze DBC levert, aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
3. Van de kostencomponent van niet-onderhandelbare DBC-tarieven in algemene en academische ziekenhuizen, alsmede van het Oogziekenhuis, merkt het College zorgverzekeringen een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
4. Van de kostencomponent van de kosten van DBC’s geleverd door instellingen die meedoen aan door de minister goedgekeurde experimenten, die niet vallen onder de reguliere onderhandelbare DBC’s, merkt het College zorgverzekeringen een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Het College zorgverzekeringen bepaalt per ziekenhuis het percentage, bedoeld in het tweede en derde lid, op basis van door het College tarieven gezondheidszorg te verschaffen gegevens.
6. Het College zorgverzekeringen merkt 75% van de kostencomponent van niet-onderhandelbare DBC-tarieven van Zelfstandige Behandelcentra aan als variabele kosten van ziekenhuiszorg.
7. De kosten van neventarieven en tarieven voor trajecten, voor zover gedeclareerd door algemene, categorale en academische ziekenhuizen en Zelfstandige behandelcentra, alsmede alle kosten van overige instellingen op het gebied van de curatieve zorg voor zover zij niet overstappen op DBC-financiering, merkt het College zorgverzekeringen voor 75% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, met uitzondering van de kosten van verpleegdagen van klinische revalidatiecentra, epilepsiecentra en astmaklinieken waarvoor een percentage van 60% wordt aangehouden.
8. Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van lokale DBC-tarieven voor experiment-DBC’s voor 87,5% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
9. Het College zorgverzekeringen betrekt de renteheffing niet bij de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialisten hulp.
10. Het College zorgverzekeringen merkt de honorariumcomponent van onderhandelbare dan wel niet-onderhandelbare DBC’s, alsmede eventuele overige declaraties van vrijgevestigde specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
11. Het College zorgverzekeringen past hogekostenverevening toe, overeenkomstig artikel 15.
12. Na toepassing van het tiende lid past het College zorgverzekeringen op door hem te bepalen wijze verevening toe ter grootte van 30%.
13. Het College zorgverzekeringen calculeert tenslotte 35% na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met negende lid, en het resultaat na toepassing van het elfde lid.
2. Ter bepaling van de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp merkt het College zorgverzekeringen 87,5% van de kostencomponent van landelijke DBC-tarieven B-segment, onafhankelijk van het soort instelling dat deze DBC levert, aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
3. Van de kostencomponent van niet-onderhandelbare DBC-tarieven in algemene en academische ziekenhuizen, alsmede van het Oogziekenhuis, merkt het College zorgverzekeringen een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
4. Van de kostencomponent van de kosten van DBC’s geleverd door instellingen die meedoen aan door de minister goedgekeurde experimenten, die niet vallen onder de reguliere onderhandelbare DBC’s, merkt het College zorgverzekeringen een door hem per ziekenhuis vast te stellen percentage aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Het College zorgverzekeringen bepaalt per ziekenhuis het percentage, bedoeld in het tweede en derde lid, op basis van door het College tarieven gezondheidszorg te verschaffen gegevens.
6. Het College zorgverzekeringen merkt 75% van de kostencomponent van niet-onderhandelbare DBC-tarieven van Zelfstandige Behandelcentra aan als variabele kosten van ziekenhuiszorg.
7. De kosten van neventarieven en tarieven voor trajecten, voor zover gedeclareerd door algemene, categorale en academische ziekenhuizen en Zelfstandige behandelcentra, alsmede alle kosten van overige instellingen op het gebied van de curatieve zorg voor zover zij niet overstappen op DBC-financiering, merkt het College zorgverzekeringen voor 75% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, met uitzondering van de kosten van verpleegdagen van klinische revalidatiecentra, epilepsiecentra en astmaklinieken waarvoor een percentage van 60% wordt aangehouden.
8. Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van lokale DBC-tarieven voor experiment-DBC’s voor 87,5% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
9. Het College zorgverzekeringen betrekt de renteheffing niet bij de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialisten hulp.
10. Het College zorgverzekeringen merkt de honorariumcomponent van onderhandelbare dan wel niet-onderhandelbare DBC’s, alsmede eventuele overige declaraties van vrijgevestigde specialisten volledig aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp.
11. Het College zorgverzekeringen past hogekostenverevening toe, overeenkomstig artikel 15.
12. Na toepassing van het tiende lid past het College zorgverzekeringen op door hem te bepalen wijze verevening toe ter grootte van 30%.
13. Het College zorgverzekeringen calculeert tenslotte 35% na op het verschil tussen de variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met negende lid, en het resultaat na toepassing van het elfde lid.