BWBR0017355
Geldig vanaf 2004-10-29
Artikel 6
Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005
1. Het College zorgverzekeringen maakt bij de verdeling van het macro-deelbudget vaste kosten van ziekenhuisverpleging onderscheid tussen enerzijds uitgaven ten behoeve van de academische component en anderzijds uitgaven met betrekking tot de overige vaste kosten.
2. De vergoeding voor de uitgaven ten behoeve van de academische component is gelijk aan een vast bedrag per bij het ziekenfonds ingeschreven verzekerde, vermenigvuldigd met het aantal bij het ziekenfonds ingeschreven verzekerden, met uitzondering van inschrijvingen met terugwerkende kracht.
3. Het onder het tweede lid genoemde bedrag per verzekerde bedraagt in 2005 € 35,40.
4. De vergoeding voor de uitgaven met betrekking tot overige vaste kosten is gebaseerd op de vaste kosten ziekenhuisverpleging in het jaar 2003 per verzekerde per ziekenfonds, waarbij het College zorgverzekeringen deze vaste kosten schoont voor uitgaven ten behoeve van de academische component.
2. De vergoeding voor de uitgaven ten behoeve van de academische component is gelijk aan een vast bedrag per bij het ziekenfonds ingeschreven verzekerde, vermenigvuldigd met het aantal bij het ziekenfonds ingeschreven verzekerden, met uitzondering van inschrijvingen met terugwerkende kracht.
3. Het onder het tweede lid genoemde bedrag per verzekerde bedraagt in 2005 € 35,40.
4. De vergoeding voor de uitgaven met betrekking tot overige vaste kosten is gebaseerd op de vaste kosten ziekenhuisverpleging in het jaar 2003 per verzekerde per ziekenfonds, waarbij het College zorgverzekeringen deze vaste kosten schoont voor uitgaven ten behoeve van de academische component.