BWBR0017381
Geldig vanaf 11-11-2004
Artikel 5
Regeling beleidsregels voor de toepassing van de Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005
1. Het college raamt voor elk ziekenfonds ten behoeve van de verdeling van de macrodeelbudgetten de verzekerdenaantallen 2005, uitgesplitst naar risicoklassen, farmaceutische kostengroepen, diagnosekostengroepen, verzekeringsgrondklassen en regioklassen. Het college raamt voor elk ziekenfonds tevens de premie-equivalenten 2005.
2. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen 2005 naar risicoklasse, verzekeringsgrondklasse en regioklasse op de opgaven van de ziekenfondsen van de verzekerdenaantallen op 1 juli 2004 naar geslacht, leeftijd, verzekeringsgrond en viercijferige postcode.
3. Het college raamt het aantal verzekerden per farmaceutische kostengroep 2005 per ziekenfonds als volgt:
a. Uitgangspunt is het aantal verzekerden naar morbiditeitsrisicoklasse dat in 2003 aan de in artikel 4 genoemde voorwaarden voldoet.
b. De verzekerdenaantallen onder a worden gedeeld door het overeenkomstige totaal aantal verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse 2003.
c. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2003 per farmaceutische kostengroep per ziekenfonds door de werkelijke verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per ziekenfonds 2003 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke prevalenties 2003 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren.
d. Het college bepaalt een ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep door de verzekerdenaantallen bedoeld onder a te delen door de verwachte aantallen verzekerden 2003 per farmaceutische kostengroep, bedoeld onder c.
e. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 kleiner dan of gelijk is aan het werkelijke totaal aantal verzekerden 2003, wordt het aantal verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse berekend door de geraamde aantallen verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de onder b berekende landelijke prevalenties 2003 per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
f. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 groter is dan het werkelijke aantal verzekerden 2003, wordt het aantal verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend: 1) Het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2003 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
2) Indien het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2003, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
1) Het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2003 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
2) Indien het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2003, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
g. Tot slot worden de verzekerdenaantallen 2005 per morbiditeitsrisicoklasse per farmaceutische kostengroep over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen.
4. Het college raamt het aantal verzekerden per diagnosekostengroep 2005 per ziekenfonds als volgt:
a. Uitgangspunt is het totaal aantal verzekerden 2002 per diagnosekostengroep per ziekenfonds, zoals aangeleverd is door Prismant. Deze verzekerdenaantallen zijn op hun beurt weer gebaseerd op opgaven van de ziekenfondsen over 2002.
b. Het college bepaalt landelijke DKG-prevalenties 2002 per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep door het totaal aantal verzekerden 2002 per diagnosekostengroep per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van de werkelijke aantallen verzekerden 2002 per morbiditeitsrisicoklasse over alle ziekenfondsen.
c. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2002 per diagnosekostengroep per ziekenfonds door de werkelijke verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per ziekenfonds 2002 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke DKG-prevalenties 2002 per morbiditeitsrisicoklasse en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren.
d. Het college bepaalt een ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep door de verzekerdenaantallen bedoeld onder a, te delen door de geraamde aantallen verzekerden 2002 per diagnosekostengroep, bedoeld onder c.
e. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 kleiner dan of gelijk is aan het werkelijke totaal aantal verzekerden 2002 wordt het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep berekend door de werkelijke aantallen verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
f. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 groter is dan het werkelijke totaal gemiddeld aantal verzekerden 2002, wordt het aantal verzekerden 2005 per diagnosekostengroep per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend: 1) Het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2002 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse, vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
2) Indien het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2002, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden tussen de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
1) Het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2002 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse, vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
2) Indien het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2002, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden tussen de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
g. Tot slot worden de aantallen verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen.
2. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen 2005 naar risicoklasse, verzekeringsgrondklasse en regioklasse op de opgaven van de ziekenfondsen van de verzekerdenaantallen op 1 juli 2004 naar geslacht, leeftijd, verzekeringsgrond en viercijferige postcode.
3. Het college raamt het aantal verzekerden per farmaceutische kostengroep 2005 per ziekenfonds als volgt:
a. Uitgangspunt is het aantal verzekerden naar morbiditeitsrisicoklasse dat in 2003 aan de in artikel 4 genoemde voorwaarden voldoet.
b. De verzekerdenaantallen onder a worden gedeeld door het overeenkomstige totaal aantal verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse 2003.
c. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2003 per farmaceutische kostengroep per ziekenfonds door de werkelijke verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per ziekenfonds 2003 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke prevalenties 2003 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren.
d. Het college bepaalt een ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep door de verzekerdenaantallen bedoeld onder a te delen door de verwachte aantallen verzekerden 2003 per farmaceutische kostengroep, bedoeld onder c.
e. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 kleiner dan of gelijk is aan het werkelijke totaal aantal verzekerden 2003, wordt het aantal verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse berekend door de geraamde aantallen verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de onder b berekende landelijke prevalenties 2003 per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
f. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 groter is dan het werkelijke aantal verzekerden 2003, wordt het aantal verzekerden 2005 per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend: 1) Het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2003 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
2) Indien het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2003, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
1) Het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2003 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
2) Indien het geraamde aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2003, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke prevalentie per farmaceutische kostengroep per morbiditeitsrisicoklasse, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke FKG-factor per farmaceutische kostengroep.
g. Tot slot worden de verzekerdenaantallen 2005 per morbiditeitsrisicoklasse per farmaceutische kostengroep over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen.
4. Het college raamt het aantal verzekerden per diagnosekostengroep 2005 per ziekenfonds als volgt:
a. Uitgangspunt is het totaal aantal verzekerden 2002 per diagnosekostengroep per ziekenfonds, zoals aangeleverd is door Prismant. Deze verzekerdenaantallen zijn op hun beurt weer gebaseerd op opgaven van de ziekenfondsen over 2002.
b. Het college bepaalt landelijke DKG-prevalenties 2002 per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep door het totaal aantal verzekerden 2002 per diagnosekostengroep per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van de werkelijke aantallen verzekerden 2002 per morbiditeitsrisicoklasse over alle ziekenfondsen.
c. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2002 per diagnosekostengroep per ziekenfonds door de werkelijke verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per ziekenfonds 2002 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke DKG-prevalenties 2002 per morbiditeitsrisicoklasse en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren.
d. Het college bepaalt een ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep door de verzekerdenaantallen bedoeld onder a, te delen door de geraamde aantallen verzekerden 2002 per diagnosekostengroep, bedoeld onder c.
e. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 kleiner dan of gelijk is aan het werkelijke totaal aantal verzekerden 2002 wordt het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep berekend door de werkelijke aantallen verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
f. Wanneer voor een ziekenfonds het geraamde totaal aantal verzekerden 2005 groter is dan het werkelijke totaal gemiddeld aantal verzekerden 2002, wordt het aantal verzekerden 2005 per diagnosekostengroep per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend: 1) Het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2002 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse, vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
2) Indien het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2002, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden tussen de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
1) Het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse is gelijk aan het werkelijke aantal verzekerden 2002 van de desbetreffende morbiditeitsrisicoklasse, vermenigvuldigd met de desbetreffende onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en vervolgens vermenigvuldigd met de onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
2) Indien het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse groter is dan het overeenkomstige werkelijke aantal verzekerden 2002, wordt aan het resultaat onder 1 toegevoegd het verschil in aantallen verzekerden tussen de desbetreffende morbiditeitsrisicoklassen, vermenigvuldigd met de onder b berekende landelijke DKG-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep, vervolgens nog vermenigvuldigd met de helft van de, met 1 verhoogde, onder d berekende ziekenfondsspecifieke DKG-factor per diagnosekostengroep.
g. Tot slot worden de aantallen verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse per diagnosekostengroep over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017381
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl