BWBR0017175
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 7
Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland
1. Bij invallende duisternis of bij afnemend zicht en na beëindiging van de werkzaamheden, wordt het landingsterrein onmiddellijk verlaten, tenzij met de exploitant anders is overeengekomen.
2. Het is, behoudens toestemming van de exploitant, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een luchtvaartuig of van een opslagplaats voor vliegtuig- en andere brandstoffen.
3. Degenen die door de exploitant zijn belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid op het luchtvaartterrein kunnen, indien de goede orde en veiligheid zulks vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten.
4. Beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de exploitant gebracht.
2. Het is, behoudens toestemming van de exploitant, verboden om brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten binnen een afstand van 20 meter van een luchtvaartuig of van een opslagplaats voor vliegtuig- en andere brandstoffen.
3. Degenen die door de exploitant zijn belast met het toezicht op de goede orde en veiligheid op het luchtvaartterrein kunnen, indien de goede orde en veiligheid zulks vereisen, te allen tijde een activiteit laten onderbreken of stopzetten.
4. Beschadiging van het terreinoppervlak, de daarop geplaatste installaties of voorzieningen, waardoor enig gevaar of schade voor luchtvaartuigen kan ontstaan, wordt onverwijld door of vanwege de veroorzaker ter kennis van de exploitant gebracht.