BWBR0017175
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 21
Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland
1. Bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten.
2. Het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst.
3. Van het eventueel lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld.
4. Gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd.
5. Wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.
2. Het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst.
3. Van het eventueel lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de exploitant in kennis gesteld.
4. Gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant, verwijderd.
5. Wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant.