BWBR0017175
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 11
Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland
1. Het opstellen, parkeren en stallen van, alsmede het verrichten van reparaties aan luchtvaartuigen, is slechts na van de exploitant verkregen toestemming toegestaan op of in de daarvoor bestemde of aangewezen locaties.
2. Door de exploitant kan worden gelast dat geparkeerde of gestalde luchtvaartuigen worden verplaatst indien hij dit uit het oogpunt van goede orde en veiligheid noodzakelijk acht.
3. De afstand tussen geparkeerde luchtvaartuigen en de grens van het voor publiek toegankelijke terreingedeelte bedraagt tenminste 7 meter, met dien verstande, dat deze afstand zodanig moet worden vergroot, dat nergens op het voor publiek toegankelijke terreingedeelte de luchtsnelheid, veroorzaakt door in werking zijnde voortstuwingsinstallaties, 50 km/uur (15 m/sec) te boven kan gaan.
2. Door de exploitant kan worden gelast dat geparkeerde of gestalde luchtvaartuigen worden verplaatst indien hij dit uit het oogpunt van goede orde en veiligheid noodzakelijk acht.
3. De afstand tussen geparkeerde luchtvaartuigen en de grens van het voor publiek toegankelijke terreingedeelte bedraagt tenminste 7 meter, met dien verstande, dat deze afstand zodanig moet worden vergroot, dat nergens op het voor publiek toegankelijke terreingedeelte de luchtsnelheid, veroorzaakt door in werking zijnde voortstuwingsinstallaties, 50 km/uur (15 m/sec) te boven kan gaan.