BWBR0017175
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 23
Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland
1. Luchtvaartuigen landen of stijgen op van de daartoe bestemde en als zodanig door de exploitant beschikbaar gestelde baan of banen, gelegen binnen het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein.
2. Luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de betreffende luchtvaartpublicaties (A.I.P., NOTAM).
3. Het verplaatsen en parkeren van luchtvaartuigen geschiedt overeenkomstig de door de exploitant of de luchtverkeersleidingsdienst gegeven aanwijzingen.
4. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de havenmeester.
5. Buiten de in de vorige leden genoemde terreindelen is het verplaatsen van luchtvaartuigen op het luchtvaartterrein slechts toegestaan op de daartoe door de exploitant beschikbaar gestelde terreindelen.
2. Luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de betreffende luchtvaartpublicaties (A.I.P., NOTAM).
3. Het verplaatsen en parkeren van luchtvaartuigen geschiedt overeenkomstig de door de exploitant of de luchtverkeersleidingsdienst gegeven aanwijzingen.
4. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de havenmeester.
5. Buiten de in de vorige leden genoemde terreindelen is het verplaatsen van luchtvaartuigen op het luchtvaartterrein slechts toegestaan op de daartoe door de exploitant beschikbaar gestelde terreindelen.