BWBR0017175
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 26
Aanvullend luchthavenreglement Midden Zeeland
1. Het opnemen en afwerpen van een sleepnet dient te geschieden op een door de exploitant aangewezen plaats binnen het landingsterrein.
2. De functionaris belast met de voorbereidingen voor het opnemen van een sleepnet maakt, voordat hij zich in het landingsterrein begeeft, een afspraak met de havenmeester over orde en veiligheid terzake.
3. Voordat bedoelde functionaris zich in het landingsterrein begeeft met enig voertuig is er radioverbinding gemaakt met de havendienst en wordt er voortdurend uitgeluisterd op de havendienstfrequentie totdat het landingsterrein verlaten wordt.
4. Het betreffende reclamebedrijf mag met maximaal twee terzake kundige personen en met één voertuig in het landingsterrein voorbereidende werkzaamheden uitvoeren.
5. De beide in het vorige lid genoemde personen en het door hen gebruikte voertuig bevinden zich bij het opnemen of afwerpen van een sleepnet minstens 30 meter buiten de vliegbaan van het sleepvliegtuig.
6. Onmiddellijk na het opnemen of afwerpen wordt dat materiaal, wat niet noodzakelijk nodig is bij het uitvoeren van werkzaamheden, uit het landingsterrein verwijderd.
7. Alvorens een sleep af te werpen overtuigt de vlieger er zich van dat dit kan geschieden zonder schade aan te brengen aan personen of eigendommen van derden.
8. Het afgooien van een sleep geschiedt op een zodanige plaats dat de vlieger van het sleepvliegtuig te allen tijde in de gelegenheid is het vliegverkeer in het circuit en de plaats waar de sleep moet worden afgeworpen volledig te overzien.
9. Van alle gevallen en voorvallen die buiten de normale routine vallen wordt onverwijld melding gemaakt aan de havenmeester.
10. Bij het niet naleven van deze voorschriften en opdrachten van de havenmeester kan door de havenmeester het reclamevliegen worden onderbroken of worden stopgezet.
2. De functionaris belast met de voorbereidingen voor het opnemen van een sleepnet maakt, voordat hij zich in het landingsterrein begeeft, een afspraak met de havenmeester over orde en veiligheid terzake.
3. Voordat bedoelde functionaris zich in het landingsterrein begeeft met enig voertuig is er radioverbinding gemaakt met de havendienst en wordt er voortdurend uitgeluisterd op de havendienstfrequentie totdat het landingsterrein verlaten wordt.
4. Het betreffende reclamebedrijf mag met maximaal twee terzake kundige personen en met één voertuig in het landingsterrein voorbereidende werkzaamheden uitvoeren.
5. De beide in het vorige lid genoemde personen en het door hen gebruikte voertuig bevinden zich bij het opnemen of afwerpen van een sleepnet minstens 30 meter buiten de vliegbaan van het sleepvliegtuig.
6. Onmiddellijk na het opnemen of afwerpen wordt dat materiaal, wat niet noodzakelijk nodig is bij het uitvoeren van werkzaamheden, uit het landingsterrein verwijderd.
7. Alvorens een sleep af te werpen overtuigt de vlieger er zich van dat dit kan geschieden zonder schade aan te brengen aan personen of eigendommen van derden.
8. Het afgooien van een sleep geschiedt op een zodanige plaats dat de vlieger van het sleepvliegtuig te allen tijde in de gelegenheid is het vliegverkeer in het circuit en de plaats waar de sleep moet worden afgeworpen volledig te overzien.
9. Van alle gevallen en voorvallen die buiten de normale routine vallen wordt onverwijld melding gemaakt aan de havenmeester.
10. Bij het niet naleven van deze voorschriften en opdrachten van de havenmeester kan door de havenmeester het reclamevliegen worden onderbroken of worden stopgezet.