BWBR0016417
Geldig vanaf 2016-01-27
Artikel 4
Regeling rechtspositie burgemeesters
1. De vergoeding voor reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 31, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, bedraagt voor de periode dat aan de burgemeester ontheffing van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben is verleend:
a. per maand het bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging;
b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
3. Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten die de burgemeester maakt voor tijdelijke huisvesting in de gemeente waarin hij is benoemd. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken.
4. Onder de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot.
5. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de gemeente aan de burgemeester vergoed.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de benoemde waarnemend burgemeester.
a. per maand het bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging;
b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
2. Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente:
a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer.
3. Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten die de burgemeester maakt voor tijdelijke huisvesting in de gemeente waarin hij is benoemd. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken.
4. Onder de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot.
5. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de gemeente aan de burgemeester vergoed.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de benoemde waarnemend burgemeester.