BWBR0016417
Geldig vanaf 2016-01-27
Artikel 3
Regeling rechtspositie burgemeesters
1. De verhuiskostenvergoeding, bedoeld in artikel 31, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, betreft het bedrag van:
a. de kosten voor het transport van de bagage en de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van bagage en inboedel;
b. andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, waaronder begrepen de kosten van inrichting van de woning en tijdelijke opslag, tot een maximum van € 5.818,46.
2. Kosten in verband met de aan- of verkoop van een woning en verbouwingskosten worden niet aangemerkt als kosten als bedoeld in het eerste lid.
3. Het recht op een verhuiskostenvergoeding vervalt indien de burgemeester niet binnen drie jaar is verhuisd.
4. Indien de waarnemend burgemeester in verband met zijn benoeming naar de gemeente verhuist waar hij is benoemd, heeft hij recht op een verhuiskostenvergoeding.
a. de kosten voor het transport van de bagage en de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van bagage en inboedel;
b. andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, waaronder begrepen de kosten van inrichting van de woning en tijdelijke opslag, tot een maximum van € 5.818,46.
2. Kosten in verband met de aan- of verkoop van een woning en verbouwingskosten worden niet aangemerkt als kosten als bedoeld in het eerste lid.
3. Het recht op een verhuiskostenvergoeding vervalt indien de burgemeester niet binnen drie jaar is verhuisd.
4. Indien de waarnemend burgemeester in verband met zijn benoeming naar de gemeente verhuist waar hij is benoemd, heeft hij recht op een verhuiskostenvergoeding.