BWBR0016417
Geldig vanaf 2016-01-27
Artikel 3a
Regeling rechtspositie burgemeesters
1. Indien zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten ontvangt de burgemeester in aanvulling op de verhuiskostenvergoeding, bedoeld in artikel 3, een tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming, op voorwaarde dat hij in de gemeente is ingeschreven in de basisregistratie personen.
2. De tegemoetkoming bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging.
3. Onder de daadwerkelijk gemaakte kosten van de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, worden verstaan:
a. het bedrag van de huur van de woning in de gemeente waar de burgemeester is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water;
b. de rente van schulden ter verwerving van de woning in de gemeente waar de burgemeester is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water; óf
c. de korting op de bezoldiging vanwege de bewoning van een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening, waaronder begrepen een ambtswoning, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water.
4. De tegemoetkoming gaat in op de eerste dag van de maand na de benoeming waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar de burgemeester tot zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in het eerste lid bedoelde maximale duur. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd.
5. De tegemoetkoming wordt slechts verleend indien:
a. de burgemeester binnen drie jaar na zijn benoeming een woning huurt of koopt in de gemeente waar hij is benoemd, dan wel een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening betrekt, waaronder begrepen een ambtswoning; én
b. de woning waar de burgemeester ten tijde van zijn benoeming woonde, voor een ieder kenbaar te koop staat en er, nadat eventuele huurinkomsten uit die woning in mindering zijn gebracht op de rente over de schulden ter verwerving van die woning, een bedrag resteert dat voor zijn rekening komt.
6. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de tegemoetkoming worden door de gemeente aan de burgemeester vergoed.
7. Dit artikel is niet van toepassing op de benoemde waarnemend burgemeester.
2. De tegemoetkoming bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging.
3. Onder de daadwerkelijk gemaakte kosten van de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, worden verstaan:
a. het bedrag van de huur van de woning in de gemeente waar de burgemeester is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water;
b. de rente van schulden ter verwerving van de woning in de gemeente waar de burgemeester is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water; óf
c. de korting op de bezoldiging vanwege de bewoning van een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening, waaronder begrepen een ambtswoning, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water.
4. De tegemoetkoming gaat in op de eerste dag van de maand na de benoeming waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar de burgemeester tot zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in het eerste lid bedoelde maximale duur. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd.
5. De tegemoetkoming wordt slechts verleend indien:
a. de burgemeester binnen drie jaar na zijn benoeming een woning huurt of koopt in de gemeente waar hij is benoemd, dan wel een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening betrekt, waaronder begrepen een ambtswoning; én
b. de woning waar de burgemeester ten tijde van zijn benoeming woonde, voor een ieder kenbaar te koop staat en er, nadat eventuele huurinkomsten uit die woning in mindering zijn gebracht op de rente over de schulden ter verwerving van die woning, een bedrag resteert dat voor zijn rekening komt.
6. De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de tegemoetkoming worden door de gemeente aan de burgemeester vergoed.
7. Dit artikel is niet van toepassing op de benoemde waarnemend burgemeester.