BWBR0016021
Geldig vanaf 2010-12-07
Artikel 6
Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit
1. De leverancier boekt als bewijs van levering van duurzame elektriciteit aan een in Nederland gevestigde eindafnemer, binnen één maand na levering de hoeveelheid garanties van oorsprong die correspondeert met de hoeveelheid duurzame elektriciteit die is geleverd aan een in Nederland gevestigde eindafnemer van zijn Nederlandse rekening af.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, draagt de leverancier er zorg voor dat hij op de eerste dag van de kalendermaand van levering beschikt over de benodigde hoeveelheid garanties van oorsprong op zijn rekening bij de garantiebeheerinstantie.
3. Een garantie van oorsprong kan slechts worden gebruikt binnen twaalf maanden na de einddatum van de productie van de duurzame elektriciteit waarvoor de garantie van oorsprong is geboekt.
4. Een garantie van oorsprong, niet zijnde een garantie van oorsprong voor niet-netlevering, verliest haar geldigheid:
a. na afboeking als bewijs van levering als bedoeld in het eerste lid;
b. uiterlijk één jaar na de datum van boeking op grond van artikel 77, derde lid, van de wet.
5. Voor de toepassing van het eerste lid geldt een garantie van oorsprong voor niet-netlevering niet als bewijs. Een garantie van oorsprong voor niet-netlevering verliest haar geldigheid nadat ze is gebruikt om het voorschot, bedoeld in artikel 72w, tweede lid, van de wetzoals dat luidde op 31 december 2007 dan wel in artikel 66 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, te ontvangen.
6. De garantiebeheerinstantie brengt de kosten van het beheer van de rekening in rekening bij degene die de aanvraag, bedoeld in artikel 77, eerste lid, doet.
7. In afwijking van het zesde lid brengt de garantiebeheerinstantie de kosten van het beheer van de rekening in rekening bij de minister indien aan de rekeninghouder subsidie is verleend op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductiejuncto:
a. artikel 9, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008;
b. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009;
c. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, draagt de leverancier er zorg voor dat hij op de eerste dag van de kalendermaand van levering beschikt over de benodigde hoeveelheid garanties van oorsprong op zijn rekening bij de garantiebeheerinstantie.
3. Een garantie van oorsprong kan slechts worden gebruikt binnen twaalf maanden na de einddatum van de productie van de duurzame elektriciteit waarvoor de garantie van oorsprong is geboekt.
4. Een garantie van oorsprong, niet zijnde een garantie van oorsprong voor niet-netlevering, verliest haar geldigheid:
a. na afboeking als bewijs van levering als bedoeld in het eerste lid;
b. uiterlijk één jaar na de datum van boeking op grond van artikel 77, derde lid, van de wet.
5. Voor de toepassing van het eerste lid geldt een garantie van oorsprong voor niet-netlevering niet als bewijs. Een garantie van oorsprong voor niet-netlevering verliest haar geldigheid nadat ze is gebruikt om het voorschot, bedoeld in artikel 72w, tweede lid, van de wetzoals dat luidde op 31 december 2007 dan wel in artikel 66 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, te ontvangen.
6. De garantiebeheerinstantie brengt de kosten van het beheer van de rekening in rekening bij degene die de aanvraag, bedoeld in artikel 77, eerste lid, doet.
7. In afwijking van het zesde lid brengt de garantiebeheerinstantie de kosten van het beheer van de rekening in rekening bij de minister indien aan de rekeninghouder subsidie is verleend op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductiejuncto:
a. artikel 9, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008;
b. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009;
c. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010.