BWBR0016021
Geldig vanaf 2010-12-07
Artikel 2b
Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit
1. Een producent als bedoeld in artikel 1b, tweede lid, draagt er zorg voor dat alle energiestromen die zijn omschreven in de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4en die de systeemgrens passeren gemeten worden volgens het meetprotocol.
2. Een producent draagt er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld, dat:
a. voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4,
b. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft en
c. geverifieerd wordt door een toegelaten meetbedrijf.
3. De producent legt het meetrapport, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarvan de kalendermaand waarop het meetrapport betrekking heeft, deel uitmaakt, over aan de garantiebeheerinstantie.
4. De producent legt het meetrapport, bedoeld in artikel 3, tweede lid, uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop het meetrapport betrekking heeft, over aan de garantiebeheersinstantie.
5. Indien het meetrapport, bedoeld in het derde en vierde lid, niet tijdig wordt ingediend, verlaagt de garantiebeheerinstantie de hoeveelheid nuttig aangewende warmte over het desbetreffende kalenderjaar iedere maand dat de termijn, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt overschreden met één twaalfde deel van de in het kalenderjaar nuttig aangewende warmte.
6. Indien het meetrapport, bedoeld in het derde en vierde lid, niet binnen 16 maanden na afloop van het kalenderjaar waarop het meetrapport betrekking heeft aan de garantiebeheerinstantie wordt overlegd, stelt de garantiebeheerinstantie de hoeveelheid hoeveelheid nuttig aangewende warmte over het desbetreffende kalenderjaar vast op nul GJ.
2. Een producent draagt er zorg voor dat per kalendermaand onder toepassing van het meetprotocol een meetrapport wordt opgesteld, dat:
a. voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4,
b. de wijze van totstandkoming van de meetgegevens beschrijft en
c. geverifieerd wordt door een toegelaten meetbedrijf.
3. De producent legt het meetrapport, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarvan de kalendermaand waarop het meetrapport betrekking heeft, deel uitmaakt, over aan de garantiebeheerinstantie.
4. De producent legt het meetrapport, bedoeld in artikel 3, tweede lid, uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarop het meetrapport betrekking heeft, over aan de garantiebeheersinstantie.
5. Indien het meetrapport, bedoeld in het derde en vierde lid, niet tijdig wordt ingediend, verlaagt de garantiebeheerinstantie de hoeveelheid nuttig aangewende warmte over het desbetreffende kalenderjaar iedere maand dat de termijn, bedoeld in het derde en vierde lid, wordt overschreden met één twaalfde deel van de in het kalenderjaar nuttig aangewende warmte.
6. Indien het meetrapport, bedoeld in het derde en vierde lid, niet binnen 16 maanden na afloop van het kalenderjaar waarop het meetrapport betrekking heeft aan de garantiebeheerinstantie wordt overlegd, stelt de garantiebeheerinstantie de hoeveelheid hoeveelheid nuttig aangewende warmte over het desbetreffende kalenderjaar vast op nul GJ.