BWBR0016021
Geldig vanaf 2010-12-07
Artikel 3
Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit
1. Bij productie-installaties met een aansluitwaarde groter dan 3 x 80 A worden de hoeveelheid opgewekte duurzame elektriciteit of de hoeveelheid nuttig aangewende warmte iedere kalendermaand gemeten.
2. Bij productie-installaties met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 x 80 A geschiedt de meting, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks en gelijktijdig met de jaarlijkse bepaling van de meterstanden, tenzij de producent de netbeheerder of het toegelaten meetbedrijf verzoekt iedere kalendermaand te meten.
3. Indien de duurzame elektriciteit of nuttig aangewende warmte jaarlijks wordt gemeten, verdeelt de netbeheerder of het toegelaten meetbedrijf de meetgegevens in gelijke delen over de twaalf voorgaande kalendermaanden, tenzij de producent aantoont dat deze meetgegevens op een andere wijze over de twaalf voorafgaande kalendermaanden verdeeld moeten worden.
2. Bij productie-installaties met een aansluitwaarde gelijk aan of kleiner dan 3 x 80 A geschiedt de meting, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks en gelijktijdig met de jaarlijkse bepaling van de meterstanden, tenzij de producent de netbeheerder of het toegelaten meetbedrijf verzoekt iedere kalendermaand te meten.
3. Indien de duurzame elektriciteit of nuttig aangewende warmte jaarlijks wordt gemeten, verdeelt de netbeheerder of het toegelaten meetbedrijf de meetgegevens in gelijke delen over de twaalf voorgaande kalendermaanden, tenzij de producent aantoont dat deze meetgegevens op een andere wijze over de twaalf voorafgaande kalendermaanden verdeeld moeten worden.