BWBR0016021
Geldig vanaf 2010-12-07
Artikel 1b
Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit
1. De producent die een afvalverbrandingsinstallatie instandhoudt waarvoor voor 1 januari 2012 subsidie op grond van artikel 72m van de wetof artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductieis verleend:
a. draagt er zorg voor dat ten aanzien van zijn installatie iedere vijf jaar een meetprotocol opgesteld wordt, dat voldoet aan de AVI-meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1, en
b. laat het meetprotocol vóór de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient en indien op grond van onderdeel a een nieuw meetprotocol wordt opgesteld, goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf.
2. De producent die een productie-installatie in stand houdt waarin biomassa wordt verwerkt, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie, kan bij de garantiebeheerinstantie een verzoek indienen om de nuttig aangewende warmte te laten registreren. Deze producent:
a. draagt er zorg voor dat ten aanzien van zijn installatie iedere vijf jaar een meetprotocol opgesteld wordt, dat voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4 en
b. laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij dit verzoek indient bedoeld in artikel 2, eerste lid en indien op grond van onderdeel a een nieuw meetprotocol wordt opgesteld, goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf.
3. De producent die een productie-installatie in stand houdt waarin naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en waarvan het nominaal elektrisch vermogen kleiner is dan of gelijk is aan 2 MW:
a. draagt er zorg voor dat ten aanzien van zijn installatie iedere vijf jaar een meetprotocol opgesteld wordt dat voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4, en
b. laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient en indien op grond van onderdeel a een nieuw meetprotocol wordt opgesteld, goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf.
4. Indien de producent, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, voornemens is een aanpassing door te voeren die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft, draagt hij er zorg voor dat alvorens hij die aanpassing daadwerkelijk doorvoert, een nieuw meetprotocol wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door een toegelaten meetbedrijf. De termijn van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, het tweede lid, onder a en het derde lid, onder a, wordt geacht aan te vangen op het moment van goedkeuring van het nieuwe meetprotocol.
a. draagt er zorg voor dat ten aanzien van zijn installatie iedere vijf jaar een meetprotocol opgesteld wordt, dat voldoet aan de AVI-meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1, en
b. laat het meetprotocol vóór de eerste dag van de kalendermaand waarin hij het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient en indien op grond van onderdeel a een nieuw meetprotocol wordt opgesteld, goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf.
2. De producent die een productie-installatie in stand houdt waarin biomassa wordt verwerkt, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie, kan bij de garantiebeheerinstantie een verzoek indienen om de nuttig aangewende warmte te laten registreren. Deze producent:
a. draagt er zorg voor dat ten aanzien van zijn installatie iedere vijf jaar een meetprotocol opgesteld wordt, dat voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4 en
b. laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin hij dit verzoek indient bedoeld in artikel 2, eerste lid en indien op grond van onderdeel a een nieuw meetprotocol wordt opgesteld, goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf.
3. De producent die een productie-installatie in stand houdt waarin naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en waarvan het nominaal elektrisch vermogen kleiner is dan of gelijk is aan 2 MW:
a. draagt er zorg voor dat ten aanzien van zijn installatie iedere vijf jaar een meetprotocol opgesteld wordt dat voldoet aan de meetvoorwaarden, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4, en
b. laat het meetprotocol voor de eerste dag van de kalendermaand waarin het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indient en indien op grond van onderdeel a een nieuw meetprotocol wordt opgesteld, goedkeuren door een toegelaten meetbedrijf.
4. Indien de producent, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, voornemens is een aanpassing door te voeren die een wijziging van het meetprotocol tot gevolg heeft, draagt hij er zorg voor dat alvorens hij die aanpassing daadwerkelijk doorvoert, een nieuw meetprotocol wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door een toegelaten meetbedrijf. De termijn van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, het tweede lid, onder a en het derde lid, onder a, wordt geacht aan te vangen op het moment van goedkeuring van het nieuwe meetprotocol.