BWBR0016021
Geldig vanaf 2010-12-07
Artikel 5
Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit
1. Een garantie van oorsprong heeft betrekking op een hoeveelheid duurzame elektriciteit ter grootte van 1 MWh.
2. De garanties van oorsprong die de garantiebeheerinstantie boekt overeenkomstig artikel 77, derde lid, van de wet, hebben betrekking op de duurzame elektriciteit die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan, voor zover:
a. de netbeheerder de aldaar bedoelde vaststelling daadwerkelijk heeft verricht, en
b. de producent de benodigde meetgegevens met betrekking tot de hoeveelheid duurzame elektriciteit die vanaf dat moment is opgewekt, overlegt.
3. Indien zich achter een aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, vraagt een producent voor elke productie-installatie waarvoor hij een verzoek doet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, garanties van oorsprong voor niet-netlevering aan.
4. De garantiebeheerinstantie boekt op verzoek van degene aan wie garanties van oorsprong toekomen, een bij het verzoek aan te geven hoeveelheid garanties van oorsprong, niet zijnde garanties van oorsprong voor niet-netlevering, over op een daarbij aangegeven andere rekening.
5. Op een garantie van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
a. de hernieuwbare energiebron waarmee de elektriciteit is geproduceerd;
b. de begindatum en einddatum van de productie;
c. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit van de productie-installatie;
d. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
e. of en in welke mate voor de productie-installatie subsidie is verstrekt en op welke grondslag;
f. dat de garantie van oorsprong betrekking heeft op elektriciteit;
g. een uniek identificatienummer;
h. de datum en het land van afgifte.
2. De garanties van oorsprong die de garantiebeheerinstantie boekt overeenkomstig artikel 77, derde lid, van de wet, hebben betrekking op de duurzame elektriciteit die is opgewekt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de producent het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, heeft gedaan, voor zover:
a. de netbeheerder de aldaar bedoelde vaststelling daadwerkelijk heeft verricht, en
b. de producent de benodigde meetgegevens met betrekking tot de hoeveelheid duurzame elektriciteit die vanaf dat moment is opgewekt, overlegt.
3. Indien zich achter een aansluiting meerdere productie-installaties bevinden, vraagt een producent voor elke productie-installatie waarvoor hij een verzoek doet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, garanties van oorsprong voor niet-netlevering aan.
4. De garantiebeheerinstantie boekt op verzoek van degene aan wie garanties van oorsprong toekomen, een bij het verzoek aan te geven hoeveelheid garanties van oorsprong, niet zijnde garanties van oorsprong voor niet-netlevering, over op een daarbij aangegeven andere rekening.
5. Op een garantie van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
a. de hernieuwbare energiebron waarmee de elektriciteit is geproduceerd;
b. de begindatum en einddatum van de productie;
c. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit van de productie-installatie;
d. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
e. of en in welke mate voor de productie-installatie subsidie is verstrekt en op welke grondslag;
f. dat de garantie van oorsprong betrekking heeft op elektriciteit;
g. een uniek identificatienummer;
h. de datum en het land van afgifte.