BWBR0015703
Geldig vanaf 2024-12-11
Artikel 33
Participatiewet
1. Indien inkomen in natura in aanmerking wordt genomen wordt de waarde daarvan vastgesteld op het daarvoor door belanghebbende opgeofferde bedrag.
2. Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de <a href="/wet/BWBR0011453" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet studiefinanciering 2000</a>wordt in aanmerking genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in <a href="/wet/BWBR0011453/artikel/3.18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000</a>en, indien een toeslag als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011453/artikel/3.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.5 van die wet</a>is toegekend, het bedrag aan toeslag, genoemd in artikel 3.18 van die wet.
3. De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van <a href="/wet/BWBR0012438" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</a>wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0012438/artikel/4.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.3 van die wet</a>.
4. Indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, worden de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking genomen indien daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 22a.
5. Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 25,70 per kalendermaand;
b. voor de gehuwden tezamen: € 51,40 per kalendermaand.
2. Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de <a href="/wet/BWBR0011453" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet studiefinanciering 2000</a>wordt in aanmerking genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in <a href="/wet/BWBR0011453/artikel/3.18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000</a>en, indien een toeslag als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011453/artikel/3.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.5 van die wet</a>is toegekend, het bedrag aan toeslag, genoemd in artikel 3.18 van die wet.
3. De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van <a href="/wet/BWBR0012438" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</a>wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0012438/artikel/4.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.3 van die wet</a>.
4. Indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, worden de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking genomen indien daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 22a.
5. Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 25,70 per kalendermaand;
b. voor de gehuwden tezamen: € 51,40 per kalendermaand.