BWBR0015703
Geldig vanaf 2024-12-11
Artikel 78t
Participatiewet
1. Door het college op grond van de <a href="/wet/BWBR0026054" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet investeren in jongeren</a>genomen besluiten gelden als door hem genomen besluiten op grond van deze wet.
2. Het college brengt de in het eerste lid bedoelde besluiten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650) in overeenstemming met deze wet, voor zover die besluiten afwijken van deze wet.
3. In afwijking van het tweede lid blijft het besluit, inhoudende dat een jongere een werkleeraanbod wordt gedaan, gelden voor de duur van het werkleeraanbod doch niet langer dan zes maanden na de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650).
4. Op een aanvraag voor een werkleeraanbod of een inkomensvoorziening waarop niet is beslist voor de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650) wordt beslist met toepassing van deze wet, waarbij artikel 41, vierde tot en met negende lid, en artikel 43, vierde lid, buiten toepassing blijft.
5. Op een bezwaar- of beroepschrift dat vóór of op de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650) is ingediend tegen een door het college op grond van de <a href="/wet/BWBR0026054" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet investeren in jongeren</a>genomen besluit en waarop op die datum nog niet onherroepelijk is beslist, wordt beslist met toepassing van de Wet investeren in jongeren.
2. Het college brengt de in het eerste lid bedoelde besluiten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650) in overeenstemming met deze wet, voor zover die besluiten afwijken van deze wet.
3. In afwijking van het tweede lid blijft het besluit, inhoudende dat een jongere een werkleeraanbod wordt gedaan, gelden voor de duur van het werkleeraanbod doch niet langer dan zes maanden na de inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650).
4. Op een aanvraag voor een werkleeraanbod of een inkomensvoorziening waarop niet is beslist voor de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650) wordt beslist met toepassing van deze wet, waarbij artikel 41, vierde tot en met negende lid, en artikel 43, vierde lid, buiten toepassing blijft.
5. Op een bezwaar- of beroepschrift dat vóór of op de datum van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0030997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden</a>(Stb. 650) is ingediend tegen een door het college op grond van de <a href="/wet/BWBR0026054" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet investeren in jongeren</a>genomen besluit en waarop op die datum nog niet onherroepelijk is beslist, wordt beslist met toepassing van de Wet investeren in jongeren.