BWBR0013683
Geldig vanaf 2002-05-18
Artikel 3
Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies
1. De minister kan op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie per jaar voor iedere provincie één of meer aanvraagperioden vaststellen voor subsidieaanvragen op grond van deze regeling.
2. De minister stelt voor de aanvraagperiode of aanvraagperiodes per maatregel en per provincie op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie de communautaire bijdrage vast.
3. De minister stelt op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie, gelijktijdig met het besluit, bedoeld in het tweede lid, de voorwaarden vast die worden gesteld aan de periode waarin de te subsidiëren projecten of activiteiten worden uitgevoerd en de bijbehorende uitgaven worden gedaan.
4. De minister stelt op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie, gelijktijdig met het besluit, bedoeld in het tweede lid, de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag vast door
a. beoordelingscriteria voor de mate waarin de subsidieaanvraag bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van verordening (EG) nr. 1257/1999, verordening (EG) nr. 445/2002, en deze regeling, en
b. de verhouding tussen deze beoordelingscriteria vast te stellen.
5. De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, bekend in de Staatscourant.
2. De minister stelt voor de aanvraagperiode of aanvraagperiodes per maatregel en per provincie op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie de communautaire bijdrage vast.
3. De minister stelt op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie, gelijktijdig met het besluit, bedoeld in het tweede lid, de voorwaarden vast die worden gesteld aan de periode waarin de te subsidiëren projecten of activiteiten worden uitgevoerd en de bijbehorende uitgaven worden gedaan.
4. De minister stelt op voordracht van Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie, gelijktijdig met het besluit, bedoeld in het tweede lid, de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag vast door
a. beoordelingscriteria voor de mate waarin de subsidieaanvraag bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van verordening (EG) nr. 1257/1999, verordening (EG) nr. 445/2002, en deze regeling, en
b. de verhouding tussen deze beoordelingscriteria vast te stellen.
5. De minister maakt de besluiten, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, bekend in de Staatscourant.