BWBR0013683
Geldig vanaf 2002-05-18
Artikel 13
Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies
1. Subsidie voor maatregelen in de bosbouw wordt slechts verleend voor maatregelen die betrekking hebben op:
a. bebossing van gronden;
b. investeringen in bossen die gericht zijn op de verhoging van de economische, ecologische of maatschappelijke waarde;
c. investeringen om de oogst, verwerking en afzet van bosbouwproducten te verbeteren en te rationaliseren;
d. bevordering van nieuwe afzet- en gebruiksmogelijkheden voor bosbouwproducten;
e. de instelling van verenigingen van boseigenaren, of
f. herstel van het productiepotentieel van bossen die door een natuurramp of brand zijn beschadigd, en het treffen van preventieve voorzieningen.
2. Artikelen 10en 12zijn, in geval van investeringssteun, van overeenkomstige toepassing.
3. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, wordt slechts verleend voor bossen en gronden die eigendom zijn van particuliere personen, verenigingen van particuliere personen, gemeenten of verenigingen van gemeenten.
4. Subsidie voor de bebossing van landbouwgrond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt slechts verleend voor:
a. de aanplantkosten, of
b. de door de bebossing jaarlijks gederfde inkomsten voor een periode van maximaal 20 jaar.
5. Geen subsidie als bedoeld in het vierde lid wordt verleend:
a. aan landbouwers die een subsidie hebben ontvangen voor vervroegde uittreding, en
b. voor de aanplant van kerstbomen.
6. De voorwaarden, genoemd in hoofdstuk VIII van titel II van verordening (EG) nr. 1257/1999zijn van toepassing bij de subsidieverlening op grond van het eerste lid.
a. bebossing van gronden;
b. investeringen in bossen die gericht zijn op de verhoging van de economische, ecologische of maatschappelijke waarde;
c. investeringen om de oogst, verwerking en afzet van bosbouwproducten te verbeteren en te rationaliseren;
d. bevordering van nieuwe afzet- en gebruiksmogelijkheden voor bosbouwproducten;
e. de instelling van verenigingen van boseigenaren, of
f. herstel van het productiepotentieel van bossen die door een natuurramp of brand zijn beschadigd, en het treffen van preventieve voorzieningen.
2. Artikelen 10en 12zijn, in geval van investeringssteun, van overeenkomstige toepassing.
3. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, wordt slechts verleend voor bossen en gronden die eigendom zijn van particuliere personen, verenigingen van particuliere personen, gemeenten of verenigingen van gemeenten.
4. Subsidie voor de bebossing van landbouwgrond, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt slechts verleend voor:
a. de aanplantkosten, of
b. de door de bebossing jaarlijks gederfde inkomsten voor een periode van maximaal 20 jaar.
5. Geen subsidie als bedoeld in het vierde lid wordt verleend:
a. aan landbouwers die een subsidie hebben ontvangen voor vervroegde uittreding, en
b. voor de aanplant van kerstbomen.
6. De voorwaarden, genoemd in hoofdstuk VIII van titel II van verordening (EG) nr. 1257/1999zijn van toepassing bij de subsidieverlening op grond van het eerste lid.