BWBR0013683
Geldig vanaf 2002-05-18
Artikel 12
Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies
1. Subsidie voor investeringen in bedrijven voor de verbetering van de verwerking en afzet van landbouwproducten wordt slechts verleend, indien:
a. op het tijdstip van de indiening van de aanvraag de economische levensvatbaarheid van het bedrijf van de aanvrager aantoonbaar is,
b. het bedrijf voldoet aan de minimumeisen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen omvat de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, hetgeen omvat de geldende normen bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet, en
c. de investeringen betrekking hebben op de verwerking en afzet van producten opgenomen in bijlage I bij het Verdrag, met uitzondering van visserijproducten.
2. Geen subsidie wordt verleend voor:
a. investeringen die gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden,
b. investeringen op het niveau van de detailhandel, en
c. investeringen in de verwerking of afzet van producten uit derde landen.
a. op het tijdstip van de indiening van de aanvraag de economische levensvatbaarheid van het bedrijf van de aanvrager aantoonbaar is,
b. het bedrijf voldoet aan de minimumeisen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen omvat de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, hetgeen omvat de geldende normen bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet, en
c. de investeringen betrekking hebben op de verwerking en afzet van producten opgenomen in bijlage I bij het Verdrag, met uitzondering van visserijproducten.
2. Geen subsidie wordt verleend voor:
a. investeringen die gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden,
b. investeringen op het niveau van de detailhandel, en
c. investeringen in de verwerking of afzet van producten uit derde landen.