1. De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten overeenkomstig de aanvraag uit te voeren en het bepaalde bij of krachtens verordening (EG) nr. 1257/1999, verordening (EG) nr. 445/2002of deze regeling na te leven.
2. De subsidieverlening onderscheidenlijk -vaststelling wordt ingetrokken indien de subsidieontvanger zijn verplichtingen ingevolge onderhavige regeling of de subsidiebeschikking niet nakomt.
3. Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, besluit de minister in ieder geval tot weigering of intrekking van de subsidieverlening of de subsidievaststelling, indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend.
4.
Artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrechtvindt geen toepassing ten aanzien van reeds uitbetaalde subsidies indien niet-nakoming van de uit deze verordening en de subsidiebeschikking voortvloeiende verplichtingen het gevolg is van:
a. overmacht als bedoeld in artikel 33 van verordening (EG) nr. 445/2002, of
b. ruilverkaveling of een andere publiekrechtelijke landinrichtingsmaatregel als bedoeld in artikel 32 van verordening (EG) nr. 445/2002.