BWBR0013636
Geldig vanaf 2002-04-28
Artikel 8
Onderzoekingsregulatief 2002
1. Microscopisch onderzoek op micro-organismen wordt verricht:
a. van bloed van slachtdieren waarbij een infectie met miltvuurbacillen wordt vermoed;
b. van ontstekingshaarden, waaronder ook endocarditiden en geïnfecteerde thrombi; benevens van exudaten, wanneer dit voor het ondernemen van de aard van de smetstof in het belang van de keuringsbeslissing noodzakelijk of wenselijk is. Zonodig kan aanvullend bacteriologisch onderzoek door middel van kweken uit deze ziekelijke veranderde organen of weefsels volgen.
2. Het in het eerste lid bedoelde onderzoek van bloed geschiedt met behulp van de kleuring volgens een gewijzigde methode van Giemsa of een andere geëigende methode; in de andere gevallen wordt gekleurd volgens de methode van Gram of, bij vermoeden van tuberculeuze veranderingen, volgens de methode van Ziehl-Neelsen.
3. Het microscopisch onderzoek van weefsels op ziekelijke veranderingen wordt verricht in alle gevallen, waarin dit voor het verkrijgen van een juist inzicht van de aard van bij de keuring aangetroffen veranderingen voor het nemen van de keuringsbeslissing noodzakelijk of wenselijk is.
4. Bij het in het derde lid bedoelde onderzoek worden van enkele stukjes weefsel, eventueel na fixatie in 10% formaline-oplossing vriescoupes gesneden met een dikte van ten hoogste 10 micron, welke vervolgens op de gebruikelijke wijze worden gekleurd.
a. van bloed van slachtdieren waarbij een infectie met miltvuurbacillen wordt vermoed;
b. van ontstekingshaarden, waaronder ook endocarditiden en geïnfecteerde thrombi; benevens van exudaten, wanneer dit voor het ondernemen van de aard van de smetstof in het belang van de keuringsbeslissing noodzakelijk of wenselijk is. Zonodig kan aanvullend bacteriologisch onderzoek door middel van kweken uit deze ziekelijke veranderde organen of weefsels volgen.
2. Het in het eerste lid bedoelde onderzoek van bloed geschiedt met behulp van de kleuring volgens een gewijzigde methode van Giemsa of een andere geëigende methode; in de andere gevallen wordt gekleurd volgens de methode van Gram of, bij vermoeden van tuberculeuze veranderingen, volgens de methode van Ziehl-Neelsen.
3. Het microscopisch onderzoek van weefsels op ziekelijke veranderingen wordt verricht in alle gevallen, waarin dit voor het verkrijgen van een juist inzicht van de aard van bij de keuring aangetroffen veranderingen voor het nemen van de keuringsbeslissing noodzakelijk of wenselijk is.
4. Bij het in het derde lid bedoelde onderzoek worden van enkele stukjes weefsel, eventueel na fixatie in 10% formaline-oplossing vriescoupes gesneden met een dikte van ten hoogste 10 micron, welke vervolgens op de gebruikelijke wijze worden gekleurd.