1. Een onderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, vindt plaats bij het ontbreken van de kenmerken of bescheiden waarvan ter slachting aangeboden runderen, schapen en geiten ingevolge
artikel 17a, eerste lid, van het Vleeskeuringsbesluit, dienen te zijn voorzien.
2. Een onderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, vindt plaats indien bij meer dan 5% van de varkens uit een koppel, met een minimum van twee varkens, de kenmerken of bescheiden waarvan ter slachting aangeboden varkens, ingevolge
artikel 17a, eerste lid, van het Vleeskeuringsbesluit, dienen te zijn voorzien, ontbreken. Tevens vindt onderzoek plaats bij het ontbreken van minder dan 5% van de kenmerken of bescheiden indien, naar het oordeel van de keuringsdierenarts, deze dieren niet tot het koppel behoren.
In beide gevallen worden alleen die varkens onderzocht waarbij de kenmerken of bescheiden ontbreken.