BWBR0013636
Geldig vanaf 2002-04-28
Artikel 10
Onderzoekingsregulatief 2002
1. Bij alle runderen die overeenkomstig bijlage III, hoofdstuk A, onderdeel I, de punten 2.1 en 2.2 van verordening (EG) nr. 999/2001van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147) zijn geslacht, vindt een onderzoek van hersenweefsel plaats met één van de testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4 van deze verordening.
2. Bij schapen en geiten als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, onderdeel II, punt 2, van de verordening, bedoeld in het eerste lid, vindt een onderzoek van hersenweefsel plaats met één van de testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, van die verordening.
3. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in een op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen, door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkend laboratorium.
4. Indien herkeuring is aangevraagd vindt het onderzoek opnieuw plaats met inachtneming van bijlage IV, onder 2, onderdeel 2.2, van beschikking nr. 2000/374/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 5 juni 2000 (PbEG L 135) tot wijziging van beschikking 98/272/EG inzake epizoötiebewaking ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën door een nader door de veterinair hoofdinspecteur van de Keuringsdienst van Waren aan te wijzen onderzoeksinstituut.
2. Bij schapen en geiten als bedoeld in bijlage III, hoofdstuk A, onderdeel II, punt 2, van de verordening, bedoeld in het eerste lid, vindt een onderzoek van hersenweefsel plaats met één van de testen als bedoeld in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, van die verordening.
3. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in een op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning laboratoria snelle BSE-testen, door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkend laboratorium.
4. Indien herkeuring is aangevraagd vindt het onderzoek opnieuw plaats met inachtneming van bijlage IV, onder 2, onderdeel 2.2, van beschikking nr. 2000/374/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 5 juni 2000 (PbEG L 135) tot wijziging van beschikking 98/272/EG inzake epizoötiebewaking ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën door een nader door de veterinair hoofdinspecteur van de Keuringsdienst van Waren aan te wijzen onderzoeksinstituut.