BWBR0013488
Geldig vanaf 2002-03-08
Artikel 37
Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers
1. De secretaris van de beklagcommissie zendt de directeur een afschrift van het klaagschrift toe.
2. De directeur geeft dienaangaande zo spoedig mogelijk schriftelijk de nodige inlichtingen aan de beklagcommissie, tenzij hij van oordeel is dat het klaagschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Hij voegt daaraan de opmerkingen toe, waartoe het klaagschrift hem overigens aanleiding geeft.
3. Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen.
4. De beklagcommissie kan het klaagschrift in handen stellen van het lid van de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 5a, derde lid, teneinde deze in de gelegenheid te stellen terzake te bemiddelen. De secretaris doet hiervan mededeling aan de directeur.
2. De directeur geeft dienaangaande zo spoedig mogelijk schriftelijk de nodige inlichtingen aan de beklagcommissie, tenzij hij van oordeel is dat het klaagschrift kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Hij voegt daaraan de opmerkingen toe, waartoe het klaagschrift hem overigens aanleiding geeft.
3. Aan de klager geeft de secretaris van de beklagcommissie schriftelijk kennis van de inhoud van deze inlichtingen en opmerkingen.
4. De beklagcommissie kan het klaagschrift in handen stellen van het lid van de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 5a, derde lid, teneinde deze in de gelegenheid te stellen terzake te bemiddelen. De secretaris doet hiervan mededeling aan de directeur.