BWBR0013488
Geldig vanaf 2002-03-08
Artikel 26
Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers
1. De gedetineerde heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden en te beleven.
2. De directeur draagt zorg dat aan de gedetineerde voeding, noodzakelijke kleding en schoeisel worden verstrekt. Bij het verstrekken van voeding wordt, indien mogelijk, rekening gehouden met de godsdienst of levensovertuiging van de gedetineerde.
3. De gedetineerde heeft recht op het dragen van eigen kleding en schoeisel, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de voorziening.
4. De directeur draagt zorg dat de gedetineerde in staat gesteld wordt zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne naar behoren te verzorgen.
2. De directeur draagt zorg dat aan de gedetineerde voeding, noodzakelijke kleding en schoeisel worden verstrekt. Bij het verstrekken van voeding wordt, indien mogelijk, rekening gehouden met de godsdienst of levensovertuiging van de gedetineerde.
3. De gedetineerde heeft recht op het dragen van eigen kleding en schoeisel, tenzij die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de voorziening.
4. De directeur draagt zorg dat de gedetineerde in staat gesteld wordt zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne naar behoren te verzorgen.