BWBR0013488
Geldig vanaf 2002-03-08
Artikel 24
Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers
1. De gedetineerde heeft het recht op zijn daartoe strekkende verzoek en met behulp van een daartoe aangewezen toestel ten minste eenmaal per week gedurende tien minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de voorziening op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen.
2. De directeur kan bepalen dat op de door of met de gedetineerde gevoerde telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de gedetineerde een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 23, derde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het telefoongesprek. Bij binnenkomst wordt de gedetineerde op de hoogte gesteld van de bevoegdheid van de directeur om dit toezicht uit te oefenen.
3. De directeur kan de gelegenheid tot het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 23, derde lid. De beslissing tot het weigeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken geldt voor ten hoogste drie maanden.
4. De gedetineerde wordt in staat gesteld met de in artikel 22, eerste lid, genoemde personen en instanties telefonisch contact te hebben, indien hiervoor de noodzaak en de gelegenheid bestaat. Op deze gesprekken wordt geen ander toezicht uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de personen of instantie met wie de gedetineerde een telefoongesprek voert of wenst te voeren vast te stellen.
2. De directeur kan bepalen dat op de door of met de gedetineerde gevoerde telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de gedetineerde een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 23, derde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het telefoongesprek. Bij binnenkomst wordt de gedetineerde op de hoogte gesteld van de bevoegdheid van de directeur om dit toezicht uit te oefenen.
3. De directeur kan de gelegenheid tot het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 23, derde lid. De beslissing tot het weigeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken geldt voor ten hoogste drie maanden.
4. De gedetineerde wordt in staat gesteld met de in artikel 22, eerste lid, genoemde personen en instanties telefonisch contact te hebben, indien hiervoor de noodzaak en de gelegenheid bestaat. Op deze gesprekken wordt geen ander toezicht uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de personen of instantie met wie de gedetineerde een telefoongesprek voert of wenst te voeren vast te stellen.