BWBR0013312
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 5
Regeling elektronisch-geldinstellingen
Het bij de elektronisch-geldinstelling aanwezige tier 1 vermogen wordt verkregen door optelling van de onder a tot en met f opgenomen posten, onder aftrek van de post onder g:
a) het gestorte aandelenkapitaal, exclusief cumulatief preferente aandelen en preferente aandelen met een vaste looptijd;
b) de in de (gepubliceerde) jaarrekening gepresenteerde agioreserve, wettelijke reserve, statutaire reserve en overige reserves, met uitzondering van de herwaarderingsreserves;
c) het saldo van de winst- en verlies-rekeningen van het lopende jaar;
d) het saldo van de winst- en verlies-rekeningen van de voorgaande jaren;
e) het saldo van het fonds voor algemene bankrisico's;
f) het belang van derden, tenzij: de Bank bepaalt dat in geval van belangrijke overkapitalisatie dit geheel of ten dele buiten de berekening van het aanwezige tier 1 vermogen moet worden gelaten; - de via geconsolideerde groepsmaatschappijen van de elektronisch-geldinstelling aangetrokken vermogenselementen de kenmerken bezitten van tier 2 of lager gekwalificeerd vermogen en in de geconsolideerde opstelling neerslaan als belang van derden;
g) de immateriële activa.
a) het gestorte aandelenkapitaal, exclusief cumulatief preferente aandelen en preferente aandelen met een vaste looptijd;
b) de in de (gepubliceerde) jaarrekening gepresenteerde agioreserve, wettelijke reserve, statutaire reserve en overige reserves, met uitzondering van de herwaarderingsreserves;
c) het saldo van de winst- en verlies-rekeningen van het lopende jaar;
d) het saldo van de winst- en verlies-rekeningen van de voorgaande jaren;
e) het saldo van het fonds voor algemene bankrisico's;
f) het belang van derden, tenzij: de Bank bepaalt dat in geval van belangrijke overkapitalisatie dit geheel of ten dele buiten de berekening van het aanwezige tier 1 vermogen moet worden gelaten; - de via geconsolideerde groepsmaatschappijen van de elektronisch-geldinstelling aangetrokken vermogenselementen de kenmerken bezitten van tier 2 of lager gekwalificeerd vermogen en in de geconsolideerde opstelling neerslaan als belang van derden;
g) de immateriële activa.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013312
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl